30 oktober 2015 Eerste Kamer 14/04648 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: PROFESSIONAL BUSINESS SERVICES GROUP B.V.,gevestigd te Amsterdam, EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. F.E. Vermeulen, t e g e n
- KPN B.V.,gevestigd te 's-Gravenhage,
- KONINKLIJKE KPN N.V.,gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. K. Teuben. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als PBSG en KPN c.s. 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 250240 / HA ZA 05-2935 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 november 2006 en 18 juli 2007; b. de arresten in de zaak 105.007.511/02 en 105.007.668/02 van het gerechtshof Den Haag van 26 juni 2008, 11 september 2012, 9 juli 2013, 31 december 2013 en 10 juni
- De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof van 11 september 2012, 9 juli 2013, 31 december 2013 en 10 juni 2014 heeft PBSG beroep in cassatie ingesteld. KPN c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor PBSG mede door mr. B.F.L.M. Schim en voor KPN c.s. mede door mr. G.C. Nieuwland. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep van PBSG tegen KPN N.V. en tot verwerping van het principale beroep voor het overige. De advocaat van PBSG heeft bij brief van 28 augustus 2015 op die conclusie gereageerd. 3Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt PBSG in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KPN c.s. begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 30 oktober 2015.