← Nederland

ECLI:NL:HR:2015:3331

20 november 2015 Eerste Kamer 14/04586 LZ Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker] ,wonende te [woonplaats] , VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa, t e g e n

  1. ERASMUS MC HOLDING B.V.,gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. F.E. Vermeulen, e n t e g e n
  2. [verweerder 1] ,wonende te [woonplaats] ,
  3. [verweerder 2] ,wonende te [woonplaats] , VERWEERDERS in cassatie, verzoekers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. W.H. van Hemel. Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] , verweerder onder 1 als Erasmus Holding en verweerders onder 2 en 3 als [verweerders] 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: de beschikkingen in de zaak 200.111.214/01 OK van het gerechtshof Amsterdam van 18 oktober 2012, 22 oktober 2012, 3 december 2012, 4 december 2012, 27 juni 2013 en 16 juli 2013; de beschikking met de zaaknummers 200.132.040/01 OK en 200.132.040/02 OK van het gerechtshof Amsterdam van 13 juni
  4. De beschikking van 13 juni 2014 is aan deze beschikking gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen de beschikkingen van het hof van 18 december 2012 en 13 juni 2014 heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Erasmus Holding en [verweerders] hebben ieder voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en de verweerschriften tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep; Erasmus Holding en [verweerders] hebben de Hoge Raad tevens verzocht de zaak op de voet van art. 420 RV zelf af te doen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep. 3Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Erasmus Holding begroot op € 815,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris en aan de zijde van [verweerders] begroot op € 387,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 20 november 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.