24 november 2015 Strafkamer nr. S 14/03205 AJ/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 januari 2014, nummer 20/002233-13, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962. 1Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2 Beoordeling van het eerste middel 2.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 01/845030-13 onder 3 primair tenlastegelegde, voor zover inhoudende de onderdelen "zich wederrechtelijk heeft toegeëigend" en "uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking", niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. 2.2.1. Ten laste van de verdachte is in de zaak met parketnummer 01/845030-13 onder 3 bewezenverklaard dat hij: "Op 18 oktober 2012 te Helmond opzettelijk een tas met cd's, die toebehoorde aan Stichting Kringloopwinkel, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als magazijnmedewerker (in het kader van het uitvoeren van zijn taakstraf) onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend." 2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsvoering: "De rechtbank acht voor haar oordeel de navolgende feiten en omstandigheden van belang. Op 23 oktober 2012 werd namens Stichting Kringloopwinkel, gevestigd aan de [a-straat 1] te [plaats] , aangifte gedaan. Aangeefster [aangeefster] heeft het volgende verklaard. Op 13 augustus 2012 is een man genaamd [verdachte] bij het Kringloopcentrum [...] komen werken. Hij is bij hen door de reclassering als taakgestrafte geplaatst. Op 18 oktober 2012 werd de papiercontainer, die buiten op het terrein van het Kringloopcentrum stond, leeg gemaakt. Op het moment van legen zag men onder de container een grote Coca Cola bigshopper liggen. In deze bigshopper zaten 58 cd’s. Op de camerabeelden zag aangeefster dat op 18 oktober 2012 in de ochtend, [verdachte] , met de Coca Cola bigshopper, via het magazijn naar de voorzijde van het pand liep, en via de deur bij het magazijn aan de voorzijde het pand verliet. Op de beelden ziet zij [verdachte] later terug in het magazijn, ditmaal zonder Coca Cola bigshopper. [verdachte] kon de goederen in het magazijn onder zich hebben gezien zijn werkzaamheden binnen de kringloop. Het is niet toegestaan dat hij goederen op deze wijze naar buiten brengt. Op verzoek werden de beelden aan verbalisant [verbalisant] getoond. Zijn bevindingen met betrekking tot de camerabeelden komen geheel overeen met die van aangeefster. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 18 oktober 2012 in het kader van een aan hem opgelegde taakstraf werkzaam was bij het Kringloopcentrum in [plaats] . Op die dag heeft hij een tas met cd's onder een papiercontainer buiten op het terrein van het kringloopcentrum geplaatst. Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij de ten laste gelegde verduistering in dienstbetrekking ontkend. Volgens verdachte had een medewerker van het kringloopcentrum een dag eerder daar een bokszak gestolen. Diezelfde medewerker had op 18 oktober 2012 de betreffende tas met cd’s klaargezet om weg te nemen. Verdachte wilde die medewerker een poets bakken en heeft daarom de tas met cd’s buiten onder de papiercontainer geplaatst. Volgens verdachte is het nooit zijn bedoeling geweest om de tas met cd’s zich wederrechtelijk toe te eigenen dan wel weg te maken. Hij was van plan om op een later moment aan die medewerker te vertellen waar hij de tas had neergelegd. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van de hierboven beschreven feiten en omstandigheden, het opzet van verdachte was gericht op het zich wederrechtelijk toe-eigenen van de tas met cd's. Door de cd's op het buitenterrein onder de papiercontainer te verstoppen, heeft verdachte de tas met cd's aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende, de Kringloopwinkel, onttrokken. De rechtbank acht de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte ongeloofwaardig en niet aannemelijk geworden. De verklaring van verdachte is volstrekt oncontroleerbaar, nu hij de naam van de medewerker die volgens hem de tas met cd's zou hebben klaargezet niet wenst te noemen. De rechtbank acht op grond van genoemde bewijsmiddelen aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de ten laste gelegde verduistering in dienstbetrekking." 2.3.1. Het oordeel van het Hof dat de verdachte opzettelijk wederrechtelijk zich de tas met cd's heeft toegeëigend door daarover zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester te gaan beschikken, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat uit de bewijsvoering volgt dat de verdachte die tas met cd's "buiten onder de papiercontainer heeft geplaatst" en dat geoordeeld is dat de verklaring die de verdachte voor dat handelen heeft gegeven, ongeloofwaardig en niet aannemelijk is geworden. Dat de bewijsvoering niet inhoudt dat de verdachte die tas met cd's buiten het perceel van de Kringloopwinkel heeft gebracht, doet, anders dan het middel wil, daaraan niet af. 2.3.2. Van een persoonlijke dienstbetrekking als bedoeld in art. 322 Sr is sprake indien iemand werkzaam is in ondergeschiktheid. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval. Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte sedert 13 augustus 2012 werkzaam was bij het Kringloopcentrum [...] in het kader van de tenuitvoerlegging van een hem opgelegde taakstraf en dat hij op 18 oktober 2012 in het Kringloopcentrum belast was met magazijnwerkzaamheden. Daaruit heeft het Hof, zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting, kunnen afleiden dat tussen de verdachte en Kringloopcentrum [...] een 'persoonlijke dienstbetrekking' als bedoeld in art. 322 Sr bestond. Dat oordeel is toereikend gemotiveerd. 2.3.3. Het middel is tevergeefs voorgesteld. 3Beoordeling van het tweede middel 3.1. Het middel is gericht tegen de toewijzing door het Hof van de vordering tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte onder parketnummer 01/825537-09 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. 3.2. Voor zover het middel klaagt over het impliciete oordeel van het Hof dat de Officier van Justitie ontvankelijk is in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van die straf, faalt het op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 14 en 15. 3.3. Het middel klaagt voorts dat het Hof die vordering ten onrechte heeft toegewezen. 3.4. De stukken van het geding houden, voor zover hier van belang, het volgende in: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.