14 juni 2016 Strafkamer nr. S 15/03954 LBS Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 juni 2015, nummer 21/000498-14, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1938. 1Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van het eerste middel 2.1. Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het door de verdachte gedane verzoek tot het horen van een tweetal ter terechtzitting meegebrachte getuigen. 2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof houdt, voor zover hier van belang, het volgende in: "De advocaat-generaal draagt de zaak voor. Ter terechtzitting zijn tevens aanwezig [betrokkene 1] , in de hoedanigheid van jurist, niet zijnde advocaat, om verdachte te ondersteunen, alsmede de zoon en echtgenote van verdachte. (...) De voorzitter deelt mede dat voornoemde [betrokkene 1] heden niet als vertegenwoordiger van verdachte ter zitting mag optreden. Voorts noemt de voorzitter dat het hof beschikt over de brief waarin gevraagd wordt om de echtgenote en zoon van verdachte als getuige te horen. (...) Verdachte verklaart op vragen van de voorzitter -zakelijk weergeven- als volgt: Mijn zoon was achter het huis tijdens hetgeen dat is voorgevallen. Hij heeft misschien wel wat gezien, daarover kan hij verklaren. Mijn vrouw kan verklaren dat ik het ten laste gelegde niet heb gedaan. Het was noodweer. De voorzitter deelt mondeling mede dat de eventuele getuigen de zaal moeten verlaten. (...) Voorzitter deelt kort de stand van het onderzoek ter terechtzitting mede -zakelijk weergegeven- als volgt: Er is door verdachte een verzoek gedaan tot het horen van getuigen. (...) De advocaat-generaal voert -zakelijk weergegeven- aan: Ik acht het noodzakelijk om de getuigen zoals opgegeven door verdachte te horen. Zij kunnen licht werpen op datgene wat er gebeurd is. (...) Na dit beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede, -zakelijk weergegeven-, als volgt: Het verzoek van verdachte is bij brief van 29 mei 2014 binnengekomen. Dit is na de twee weken termijn. Daarom moet het beoordeeld worden op basis van het noodzaakscriterium. Het horen van de getuigen acht het hof niet noodzakelijk. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet weet of zijn zoon daadwerkelijk iets gezien heeft. De vrouw van verdachte heeft alleen wat geroepen, maar was er verder ook niet bij aanwezig." 2.3. Van het horen van de getuigen van wier aanwezigheid mededeling is gedaan bij de (hernieuwde) aanvang respectievelijk hervatting van het onderzoek, kan slechts worden afgezien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.