9 september 2016 Eerste Kamer 15/00211 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: COÖPERATIEVE RABOBANK BORGER-KLENCKELAND U.A.,gevestigd te Borger, gemeente Borger-Odoorn, EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, t e g e n
- [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
- [verweerster 2],gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Rabobank en [verweerder] c.s. 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak C/18/127519/ HA ZA 11-527 van de rechtbank Noord-Nederland van 10 april 2013; b. het arrest in de zaak 200.130.797/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 september
- Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Rabobank beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep en [verweerder] c.s. vorderen wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Rabobank mede door mr. J.W.M.K. Meijer en voor [verweerder] c.s. mede door mr. S.M.A. Wiersma. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep. De advocaat van Rabobank heeft bij brief van 3 juni 2016 op die conclusie gereageerd. 3Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Rabobank deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 9 september 2016.