← Nederland

ECLI:NL:HR:2016:21

12 januari 2016 Strafkamer nr. S 15/04503 H AGE Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 januari 2015, nummer 23/000990-14, ingediend door mr. L.C. Blok, advocaat te Zoetermeer, namens: [aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

  1. 1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Amsterdam van 10 maart 2014 - de aanvrager ter zake van "in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf, en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op die verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis. 2De aanvraag tot herziening De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3Beoordeling van de aanvraag 3.
  2. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 3.
  3. In de aanvraag wordt aangevoerd dat de Advocaat-Generaal bij het Gerechtshof Amsterdam naar aanleiding van een door de aanvrager op de voet van art. 12 Sv gedaan beklag over het niet vervolgen van [betrokkene] wegens diens betrokkenheid bij - kort gezegd - de bijstandsfraude ter zake waarvan de aanvrager is veroordeeld, het Hof in overweging heeft gegeven het beklag gegrond te verklaren. 3.
  4. De enkele omstandigheid dat een Advocaat-Generaal een beklag in de zin van art. 12 Sv ondersteunt, kan niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 vermeld. Reeds daarom kan de aanvraag niet worden ingewilligd. Opmerking verdient voorts dat die ondersteuning van het beklag niet betekent dat de Advocaat-Generaal van oordeel is dat de aanvrager ten onrechte is veroordeeld, nog daargelaten dat de beslissing op het beklag zich niet bij de stukken bevindt zodat niet kan worden nagegaan welke beslissing door het Hof is genomen. 3.
  5. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist. 4Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari
  6. Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.