29 november 2016 Strafkamer nr. S 15/03556 A SG/NA Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 1 april 2015, nummer H-229/14, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
- 1Geding in cassatie Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van dertig maanden, tot oplegging aan de verdachte door de Hoge Raad van een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het middel 2.
- Het middel klaagt dat het Hof een hogere gevangenisstraf heeft opgelegd dan wettelijk is toegestaan. 2.
- Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard: "dat hij in of omstreeks de periode van 22 september 2014 tot en met 25 september 2014 in Sint Maarten, meermalen een technisch hulpmiddel om gegevensverkeer af te tappen zoals bedoeld in artikel 145a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht op een bepaalde plaats, te weten de pinautomaat van de Windward Island Bank bij de Sint Rose Arcade aanwezig heeft doen zijn." 2.
- De te dezen toepasselijke voorschriften luidden ten tijde van het bewezenverklaarde als volgt: - art. 145b van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen: "Hij die met het oogmerk dat daardoor gegevensverkeer als bedoeld in artikel 145a, eerste lid, wederrechtelijk wordt afgetapt, een technisch hulpmiddel op een bepaalde plaats aanwezig doet zijn, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste vijfentwintigduizend gulden." - art. 59 van genoemd Wetboek: "Bij samenloop van meerdere feiten die als op zich zelve staande handelingen moeten worden beschouwd en meerdere misdrijven opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt één straf uitgesproken. Het maximum dezer straf is het vereenigd bedrag van de hoogste straffen op de feiten gesteld, doch niet hooger dan een derde boven het zwaarste maximum." 2.
- Het Hof heeft de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden. Deze strafoplegging is in strijd met de zo-even weergegeven wettelijke bepalingen. 2.
- Het middel is derhalve terecht voorgesteld. 3Slotsom Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist. 4Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de bestreden uitspraak, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging; wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan; verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-presiden A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2016.