← Nederland

ECLI:NL:HR:2017:1321

11 juli 2017 Strafkamer nr. S 16/01296 JH Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 november 2015, nummer 23/003957-14, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

  1. 1Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing naar het Hof om in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het eerste middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Beoordeling van het tweede middel 3.
  2. Het middel klaagt over de strafmotivering. 3.
  3. De verdachte is ter zake van "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen", veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis. De strafoplegging is onder meer als volgt gemotiveerd: "Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 27 oktober 2015 is de verdachte eerder ter zake van het plegen van openlijk geweld onherroepelijk veroordeeld. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden opnieuw de fout in te gaan. Dit neemt het hof de verdachte kwalijk en het ziet daarin aanleiding om een hogere taakstraf op te leggen dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is geëist." 3.
  4. De vaststelling dat de verdachte "eerder ter zake van het plegen van openlijk geweld onherroepelijk [is] veroordeeld" is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd. 3.
  5. Het middel is terecht voorgesteld. 4Slotsom Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist. 5Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging; wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan; verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.