21 april 2017 nr. 14/01880bis Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën, alsmede op het incidentele beroep in cassatie van Lemnis Lighting B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 27 februari 2014, nrs. 12/00461, 12/00462 en 12/00463, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij een arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen. 1Geding in cassatie Voor een overzicht van het geding in cassatie tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 6 november 2015, nr. 14/01880, ECLI:NL:HR:2015:3221, BNB 2016/151, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vragen. Bij arrest van 8 december 2016, Lemnis Lighting B.V., C-600/15, ECLI:EU:C:2016:937, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vragen, voor recht verklaard: “De gecombineerde nomenclatuur van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1214/2007 van de Commissie van 20 september 2007, moet aldus worden uitgelegd dat goederen als de in het hoofdgeding aan de orde zijnde luminescentiediode-lampen, onder voorbehoud van de beoordeling door de verwijzende rechter van alle feitelijke gegevens waarover hij beschikt, onder post 8543 van deze nomenclatuur vallen.” Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op dit arrest.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.