← Nederland

ECLI:NL:HR:2017:941

19 mei 2017 Eerste Kamer 16/02636 LZ/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J. den Hoed, t e g e n

  1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats], België,
  2. [verweerster 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
  3. [verweerder 3],wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
  4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats],
  5. [verweerder 5],wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Eiser zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders als respectievelijk [verweerder 1], [verweerster 2], [verweerder 3], [verweerder 4] en [verweerder 5]. 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak C/10/399379/HA ZA 12-327 van de rechtbank Rotterdam van 18 juli 2012 en 27 november 2013; b. het arrest in de zaak 200.147.967/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 februari
  6. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder 1], [verweerster 2] en [verweerder 3] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vorderen wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten. Tegen [verweerder 4] en [verweerder 5] is verstek verleend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerder 1], [verweerster 2] en [verweerder 3] mede door mr. A. Stortelder. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 31 maart 2017 op die conclusie gereageerd. 3Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1], [verweerster 2] en [verweerder 3] begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan en aan de zijde van [verweerder 4] en [verweerder 5] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 mei 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.