9 november 2018 nr. 17/05999 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 november 2017, nr. 16/01210, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord‑Nederland (nr. LEE 15/5043) betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 1Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. 2Beoordeling van de middelen 2.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 2.1.1. Belanghebbende heeft met het oog op de exploitatie van het motorschip [C] (hierna: het schip) op 23 december 2010 de Inspecteur verzocht om toepassing van de tonnageregeling als bedoeld in artikel 3.22 Wet IB 2001. Bij beschikking van 24 mei 2011 (hierna: de beschikking) heeft de Inspecteur dit verzoek ingewilligd met ingang van 1 januari 2010. 2.1.2. Bij het vaststellen van de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting heeft de Inspecteur het standpunt ingenomen dat de beschikking ten onrechte is gegeven, aangezien naar zijn mening belanghebbende niet het volledige bemanning- en technische beheer van het schip verricht. Op die grond heeft de Inspecteur de hoogte van de door belanghebbende behaalde winst niet bepaald aan de hand van de tonnage van het schip, maar aan de hand van de door belanghebbende gerealiseerde opbrengsten en de door haar gemaakte kosten. 2.2.1. Het tweede middel bestrijdt het oordeel van het Hof dat belanghebbende aan het geven van de beschikking niet het in rechte te beschermen vertrouwen kan ontlenen dat de in het jaar 2010 behaalde winst mag worden bepaald aan de hand van de tonnage van het schip. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat de Inspecteur, alvorens de beschikking te geven, had moeten onderzoeken of belanghebbende in Nederland voor een ander het volledige bemanning- en technische beheer van het schip verricht. 2.2.2. Deze opvatting miskent dat het geven van een beschikking als de onderhavige niet een beoordeling vereist of inhoudt van de feitelijk door de betrokken belastingplichtige te verrichten activiteiten. Een dergelijke beschikking houdt slechts in
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.