← Nederland

ECLI:NL:HR:2018:2108

16 november 2018 Eerste Kamer 17/03385 TT/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:

  1. [eiseres 1] , voorheen [A] B.V.,
  2. [eiseres 2] , voorheen [B] B.V. en voordien B.V. [C] ,beide gevestigd te [plaats] , EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. P.A. Fruytier, t e g e n
  3. [verweerder 1] ,
  4. [verweerster 2] ,
  5. [verweerster 3] ,
  6. [verweerster 4] ,allen wonende te [woonplaats] , VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] c.s. en [verweerder] c.s. 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak 188707/HA ZA 09-1482 van de rechtbank Arnhem van 4 november 2009 en 13 oktober 2010; b. het arrest in de zaak 200.082.897 van het gerechtshof Arnhem van 3 april 2012; c. de vonnissen in de zaak 188707/HA ZA 09-1482 van de rechtbank Oost-Nederland van 27 maart 2013 en van de rechtbank Gelderland van 23 april 2014; d. het arrest in de zaak 200.153.247 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 april
  7. Het arrest van het hof Arnhem en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden zijn aan dit arrest gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem en dat van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] c.s. mede door mr. R.R. Oudijk. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep. De advocaat van [eiseres] c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 3Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 2.023,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 16 november 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.