2 maart 2018 Nr. 17/02830 Arrest gewezen op de beroepen in cassatie van [X1] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraken van het Gerechtshof Arnhem(-Leeuwarden) van 4 december 2012, 22 september 2015 en 30 maart 2016, nrs. 12/00160 respectievelijk 14/00365 en 15/00258, op de verzetten van belanghebbenden tegen de uitspraken van het Hof van 10 juli 2012, 29 oktober 2014 en 7 juli 2015, alsmede tegen de uitspraak van het Hof van 8 november 2016, nr. 16/00506, waarbij het hoger beroep telkens niet‑ontvankelijk is verklaard. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van de beroepen in cassatie 1.
- Ter zake van de in de aanhef van dit arrest vermelde uitspraken van het Hof, nrs. 12/00160, 14/00365 en 15/00258, hebben belanghebbenden reeds eerder beroepen in cassatie bij de Hoge Raad ingediend. Bij arresten van de Hoge Raad van 26 april 2013, nr. 12/05601, ECLI:NL:HR:2013:BZ8630, 8 juli 2016, nr. 16/01807, ECLI:NL:HR:2016:1448 en 20 januari 2017, nr. 16/04277, ECLI:NL:HR:2017:50, zijn die beroepen in cassatie niet‑ontvankelijk verklaard. Bij het instellen van deze herhaalde beroepen in cassatie was de cassatietermijn verstreken. Om die reden moeten deze herhaalde beroepen in cassatie in zoverre wederom niet‑ontvankelijk worden verklaard (vgl. HR 30 september 2016, nr. 16/03572, ECLI:NL:HR:2016:2216). 1.
- Ter zake van de in de aanhef van dit arrest vermelde uitspraak van het Hof, nr. 16/00506, heeft het volgende te gelden. 1.
- Belanghebbenden hebben ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan. 1.3.
- Na ontvangst van de door belanghebbenden overgelegde gegevens omtrent inkomen en vermogen, heeft de griffier bij brief van 28 november 2017 het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Tevens is in deze brief meegedeeld dat bij niet tijdige betaling van het griffierecht het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk kan worden verklaard. 1.3.
- De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij aangetekende brief van 28 december 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbenden opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan. 1.3.
- De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 januari 2018, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbenden in de reactie van 29 januari 2018 aanvoeren, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbenden niet in verzuim zijn geweest. Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve ook in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart de beroepen in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2018.