← Nederland

ECLI:NL:HR:2018:549

10 april 2018 Strafkamer nr. S 17/03789 H EC Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere, van 13 juni 2016, nummer 96/186541-15, ingediend door M.H. Almoes, advocaat te Amsterdam, namens: [aanvrager] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum]

  1. 1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot hechtenis vandrie weken. 2De aanvraag tot herziening De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3De conclusie van de Advocaat-Generaal De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag zal afwijzen. 4Beoordeling van de aanvraag 4.
  2. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 4.
  3. De aanvraag heeft betrekking op een vonnis waarbij de aanvrager is veroordeeld ter zake van het besturen van een motorrijtuig op 3 april 2015 te Almere zonder dat aan hem een rijbewijs was afgegeven. In de aanvraag wordt gesteld dat aan de aanvrager op 3 april 2015 wel een rijbewijs was afgegeven. Ter staving van deze stelling zijn bij de aanvraag als bijlagen een kopie van het op naam van de aanvrager gestelde rijbewijs en een afdruk van een schermafbeelding van het rijbewijzenregister overgelegd, beide inhoudende dat aan de aanvrager op 31 maart 2015 een rijbewijs is afgegeven. 4.
  4. Van het in de aanvraag aangevoerde kan niet worden gezegd dat de Kantonrechter daarmee niet bekend was. In het dossier waarover de Kantonrechter de beschikking had, bevindt zich immers voornoemde afdruk van de schermafbeelding van het rijbewijzenregister. 4.
  5. Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist. 5Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 april 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.