18 mei 2018 Eerste Kamer 17/01273 LZ/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:
- [eiseres 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [eiseres 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [eiser 3] ,gevestigd te [woonplaats] , België, EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. M.E. Bruning, t e g e n [verweerster] ,gevestigd te [vestigingsplaats] , VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. J.W.H. van Wijk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster] . 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak C/16/351100/HA ZA 13-636 van de rechtbank Midden-Nederland van 8 januari 2014 en 8 oktober 2014; b. het arrest in de zaak 200.162.056 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 december
- Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van de beroepen ingediend en vorderen over en weer wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerster] mede door mr. K.J.O. Jansen. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principaal beroep. De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 30 maart 2018 op die conclusie gereageerd. 3Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 18 mei 2018.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.