← Nederland

ECLI:NL:HR:2018:858

8 juni 2018 Eerste Kamer 17/04106 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: WALMARO B.V.,gevestigd te Heeze, VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. M. Littooij, t e g e n

  1. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,gevestigd te Den Haag,
  2. CUNNINGHAM LINDSEY NEDERLAND B.V.,gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTERS in cassatie, verzoeksters in het incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel. Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als Walmaro en verweersters gezamenlijk als Nationale-Nederlanden c.s. 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikking in de zaak C09/509738/HA RK 16-224 van de rechtbank Den Haag van 25 augustus 2016; b. de beslissing in de zaak 200.197.769 van het gerechtshof Den Haag van 23 mei
  3. De beslissing van het hof is aan deze beschikking gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen de beslissing van het hof heeft Walmaro beroep in cassatie ingesteld. Nationale-Nederlanden c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekesten het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van zowel het principaal als het incidenteel cassatieberoep. De advocaat van Walmaro heeft bij brief van 18 april 2018 op die conclusie gereageerd; de advocaat van Nationale-Nederlanden c.s. heeft dat gedaan bij brief van 20 april
  4. 3Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt Walmaro in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nationale-Nederlanden c.s. begroot op € 854,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Walmaro deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan; in het incidentele beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt Nationale-Nederlanden c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Walmaro begroot op € 68,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 8 juni 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.