← Nederland

ECLI:NL:HR:2018:996

26 juni 2018 Strafkamer nr. S 16/06136 ARA/NA Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 december 2016, nummer 22/002378-16, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

  1. 1Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van het middel 2.
  2. Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat de hond van de verdachte kan worden aangemerkt als een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring als bedoeld in art. 33a Sr. 2.2.
  3. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: "hij in de periode van 15 september tot en met 28 oktober 2015 te Lisse, in de gemeente Lisse, zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, opzettelijk bij een dier, te weten een hond ras type Stafford genaamd Kaya, pijn heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van dat dier heeft benadeeld, immers heeft hij de hond meerdere malen geschopt en geslagen en/of voorwerpen gegooid naar de hond en/of een en/of meerdere ma(a)l(en) de hond zijn woning ingesmeten en/of gegooid." 2.2.
  4. Het Hof heeft ten aanzien van de verbeurdverklaring het volgende overwogen: "Het inbeslaggenomen voorwerp Het hof is, conform de vordering van de advocaat-generaal, van oordeel dat het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten de hond Kaya, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, vatbaar is voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met betrekking tot welke het bewezen verklaarde is begaan. Het hof zal daarom dit voorwerp verbeurd verklaren. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. (...) Beslissing Het hof: (...) Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: - de hond Kaya, Amerikaanse Stafford, grijs." 2.
  5. Het middel steunt op de opvatting dat een hond, zijnde een dier waarvan ingevolge art. 1.3, eerste lid, Wet dieren de intrinsieke waarde wordt erkend, niet kan worden aangemerkt als een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring als bedoeld in art. 33a Sr. Die opvatting is onjuist. 2.
  6. Het middel faalt. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.