HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 14/05523 Datum 9 juli 2019 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 oktober 2014, nummer 23/004939-13, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, hierna: de verdachte. 1Procesgang in cassatie 1.1 De Hoge Raad heeft in deze zaak bij arrest van 26 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:744), na verwerping van de namens de verdachte voorgestelde cassatiemiddelen, de bestreden uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 oktober 2014 wegens overschrijding van de redelijke termijn vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met vermindering van deze straf in die zin dat deze zeventien jaren en tien maanden beloopt, en met verwerping van het beroep voor het overige. 1.2 Bij de bestreden uitspraak was de verdachte wegens 1, 2 en 4: “telkens: poging tot doodslag”, 3: “poging tot doodslag, meermalen gepleegd”, 5: “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III” en 8: “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren, met aftrek op de voet van art. 27, eerste lid, Sr. 1.3 Bij brief van 13 juni 2019 heeft de Procureur-Generaal J. Silvis de Hoge Raad erop gewezen dat het Hof aldus een straf heeft opgelegd die de wet niet toelaat. Gelet op de bewezenverklaringen en de kwalificaties bedroeg op grond van art. 287 Sr in verbinding met de art. 45 en 57 Sr het maximum voor deze feiten dertien jaren en vier maanden gevangenisstraf. 1.4 In het arrest van de Hoge Raad van 26 april 2016 is abusievelijk niet ambtshalve geoordeeld dat aan de verdachte bij het arrest van het Hof een gevangenisstraf was opgelegd die het strafmaximum overschreed, nu deze niet achttien jaren, doch ten hoogste dertien jaren en vier maanden mag bedragen. 1.5 De Hoge Raad zal deze omissie herstellen. Daarom dient het arrest van 26 april 2016 als volgt te worden gelezen: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.