HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 17/03023 P Datum 3 december 2019 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 juni 2017, nummer 23/004610-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene ], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, hierna: de betrokkene. 1Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak vernietigt voor wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de zaak zelf kan afdoen door het bedrag waarop het door de betrokkene verkregen voordeel wordt geschat vast te stellen op een bedrag van € 17.519,00, de bestreden uitspraak voorts vernietigt wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase en het te betalen bedrag verder kan verminderen naar de gebruikelijke maatstaf, met verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het tweede middel 2.1 Het middel klaagt dat het Hof bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel dit voordeel niet pondspondsgewijs heeft verdeeld over de betrokkene en zijn mededader, zoals het Hof blijkens zijn overwegingen wilde doen, maar in plaats daarvan de betalingsverplichting pondspondsgewijs heeft verdeeld. 2.2.1 De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: “Bespreking van verweren (...) Verdeling wederrechtelijk verkregen voordeel De raadsman meent dat op basis van het dossier niet aannemelijk is dat de veroordeelde de helft van de opbrengsten heeft genoten. Voorts heeft de raadsman betoogd dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de onderzoeksbevindingen van het Openbaar Ministerie dat wel degelijk andere personen voordeel hebben genoten. Het hof stelt voorop dat indien meerdere personen betrokken zijn bij hetzelfde feitencomplex, als uitgangspunt dient te gelden het voordeel dat een ieder daadwerkelijk heeft genoten. Het voordeel wordt ponds-pondsgewijs verdeeld indien omtrent de verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen andere aanwijzingen bestaan. De veroordeelde, noch zijn medeverdachten, hebben inzicht gegeven in de verdeling van het uit de drugshandel verkregen voordeel. Uit het betoog van de raadsman kan evenmin worden opgemaakt over hoeveel personen het voordeel is verdeeld dan wel hoeveel voordeel de veroordeelde daadwerkelijk heeft genoten. Daar staat tegenover dat er aanwijzingen zijn dat de veroordeelde samen met [betrokkene 1] een leidinggevende rol heeft gespeeld en dat andere verdachten tegen betaling voor hen werkzaam waren. Gelet op de aanwijzing dat de veroordeelde samen met [betrokkene 1] een leidinggevende positie heeft vervuld, zij geen verklaring hebben willen afleggen over het daadwerkelijk door elk individu genoten wederrechtelijk verkregen voordeel en ook niet is gebleken van aanknopingspunten voor een andere toerekening, verdeelt het hof het totale wederrechtelijk verkregen voordeel ponds-pondsgewijs over deze twee daders. Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel (...) Het hof is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier, alsmede op grond van het onderzoek ter terechtzitting in beide instanties, aannemelijk is geworden dat de veroordeelde door middel van of uit baten van het medeplegen van verstrekken van cocaïne en/of heroïne wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. (...) Het hof heeft bij de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat aansluiting gezocht bij de inhoud van het proces-verbaal schatting wederrechtelijk verkregen voordeel, welk proces-verbaal op 25 januari 2016 in de wettelijke vorm is opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant], met dien verstande dat het hof ervan uitgaat dat de verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten tot 21 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.