HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 18/05515 Datum 7 juli 2020 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2018, nummer 22-001319-18, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te ’s‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak wat betreft de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging niet heeft gemotiveerd. 2.2.1 Het hof heeft het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 21 maart 2018 bevestigd met aanvulling van gronden. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken, waarvan één week voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaren ter zake van mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. 2.2.2 De politierechter heeft in het door het hof bevestigde vonnis ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging het volgende beslist: “De politierechter (...) gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 26 januari 2018, gewezen onder parketnummer 09/240696‑17, te weten gevangenisstraf voor de duur van 1 (een) week.” De politierechter heeft die beslissing niet gemotiveerd. 2.2.3 Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer in: “De raadsman van de verdachte wordt onmiddellijk na het voordragen van de zaak in de gelegenheid gesteld de bezwaren van de verdachte tegen het vonnis op te geven. De raadsman geeft op dat de bezwaren van verdachte zich richten tegen de toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging. (...) De raadsman voert het woord tot verdediging als volgt: De verdediging heeft geen bezwaar tegen de bewezenverklaring en de strafoplegging, maar wel tegen de toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging. Detentie zou contraproductief werken in de ingezette verbeterde situatie van de verdachte, dus daarom bepleit ik (gedeeltelijke) omzetting in een taakstraf dan wel verlenging van de proeftijd.” 2.2.4 Het arrest van het hof is, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.