HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 19/03137 Datum 27 oktober 2020 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 juni 2019, nummer 20/003577-17, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum ] 1972, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.W.J. Faber, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de beslissing van het hof tot oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) ontoereikend is gemotiveerd en/of onbegrijpelijk is. 2.2.1 Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “hij op 31 januari 2016 te [plaats] door geweld en/of andere feitelijkheden, te weten door - het opzij schuiven van de bovenkleding en de bh van de hierna te noemen [slachtoffer] en - het (meermalen) (onverhoeds) met zijn, verdachtes, handen voelen aan de borsten van die [slachtoffer] en - het (meermalen) (onverhoeds) zoenen van en likken aan de tepels van die [slachtoffer] en - het op gebiedende wijze zeggen tegen die [slachtoffer] : "Pak mijn piemel vast" en "Doe mee, hij is stijf' en het vastpakken van de arm van die [slachtoffer] en het vervolgens bewegen van haar arm/hand in de richting van zijn, verdachtes, penis en - het achterover duwen op een bank van die [slachtoffer] en - het uittrekken en/of naar beneden trekken van een schoen en een broek en een onderbroek van die [slachtoffer] en - het op gebiedende wijze zeggen tegen die [slachtoffer] : "Doe je benen open" en het vastpakken van en trekken aan een been van die [slachtoffer] en - het al dan niet met een scherp en/of puntig voorwerp krassen in het gezicht van die [slachtoffer] en - het slaan tegen het hoofd van die [slachtoffer] en - het duwen en/of brengen en houden en op en neer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] en - het daarbij misbruik/gebruik maken van fysiek en/of psychisch overwicht dat hij, verdachte, over die [slachtoffer] had en - het aldus doen ontstaan van een bedreigende situatie voor die [slachtoffer] , [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het betasten van de borsten van die [slachtoffer] en het zoenen van en likken aan de tepels van die [slachtoffer] en het bewegen van de hand/arm van die [slachtoffer] in de richting van zijn, verdachtes, penis en het duwen en/of brengen en houden en op en neer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] en het ejaculeren in de vagina van die [slachtoffer] .” 2.2.2 De bestreden uitspraak bevat ten aanzien van de strafoplegging onder meer de volgende beslissing: “Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum ] 1986, wonende te [postcode] [plaats] , [a-straat 1] . Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.” 2.2.3 Het hof heeft ten aanzien van de strafoplegging, voor zover hier van belang, het volgende overwogen: “Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Het hof heeft daarbij rekening gehouden met: - de omstandigheid dat de verdachte door middel van het bewezenverklaarde feit de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer op ernstige wijze heeft geschonden; - het gegeven dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan later nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. (...) Het hof zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest. Hetgeen overigens door en namens de verdachte omtrent diens persoon en persoonlijke omstandigheden is aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. In een straf zoals voorgesteld door de verdediging wordt de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking gebracht. Voorts zal het hof overgaan tot oplegging van een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contactverbod ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer] voor de duur van twee jaren. Het hof heeft hierbij overwogen dat weliswaar niet is gebleken dat verdachte na 31 januari 2016 nog contact heeft gehad met het slachtoffer, maar dat het voor het gevoel van veiligheid van het slachtoffer toch wenselijk is een dergelijk verbod op te leggen. Het hof zal daarbij bepalen dat indien dit verbod wordt overtreden, per overtreding 1 week vervangende hechtenis zal worden toegepast. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de maatregel niet op.” 2.3.1 Artikel 38v Sr luidt: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.