HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 20/00124 Datum 15 december 2020 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2019, nummer 21-006479-18, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast, en te bepalen dat met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Waar het in deze zaak om gaat 2.1 De achtergronden van deze zaak zijn in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 7 als volgt samengevat: “5. Op 18 november 2017 vond de jaarlijkse landelijke intocht van Sinterklaas plaats in Dokkum, Friesland. De actiegroep Kick Out Zwarte Piet (hierna: KOZP) en de stichting […] (hierna: de stichting) hadden tevoren aangekondigd tijdens deze intocht een betoging te houden. De betoging zou in het teken staan van verzet tegen Zwarte Piet met het oog op “een racisme vrij Sinterklaasfeest + Nederland”. De voorgenomen betoging is aan de burgemeester van de gemeente Dongeradeel gemeld. De burgemeester heeft vervolgens voorschriften en beperkingen gesteld ten aanzien van de aangekondigde betoging. Deze kwamen erop neer dat op 18 november 2017 gedurende het tijdvak van 10:30 uur tot 11:15 uur, voorafgaand aan de daadwerkelijke intocht van de goedheiligman, een dynamische demonstratie (demonstratiemars) mocht worden gehouden op een gedeelte van de route door de binnenstad van Dokkum. Daarnaast was het toegestaan om gedurende het tijdvak van 11:15 uur tot 13:30 uur op een door de burgemeester aangewezen locatie op het terrein van de intocht een statische demonstratie te houden. In het kader van de betoging zouden vanuit Amsterdam en Rotterdam bussen vertrekken, waarvoor zich 150 tot 160 deelnemers hadden aangemeld. 6. In de week voorafgaand aan 18 november 2017 zijn door de verdachte op Twitter berichten geplaatst over de aangekondigde betoging, waaruit bleek dat deze niet op haar sympathie kon rekenen. Zo plaatste zij onder meer de tekst “De eerste Friese acties komen los. Onruststokers KOZP niet welkom in #Dokkum#ZwartePiet.” Ook is toen op internet een filmpje verschenen met een link naar het Facebook evenement “Kick Out Kick Out Zwarte Piet”. (...) 7. Dit filmpje is door de verdachte op internet geplaatst en is toegevoegd aan het ‘Facebook event’ dat door een ander was aangemaakt. De verdachte en degene die het ‘event’ had aangemaakt, zijn bij elkaar gekomen om te overleggen. Daarna is een ‘eventpagina’ aangemaakt met de naam ‘Project P’, welke pagina door beiden werd ‘gehost’. Daarop was een oproep geplaatst. De oproep strekte ertoe om op 18 november 2017 van 08.30 uur tot 11.30 uur massaal met Friese vlaggen de (snel)weg op te gaan en langzaam te gaan rijden op de toegangswegen naar Dokkum om “de onruststokers” te vertragen/verhinderen, zodat de “kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest kunnen vieren in Dokkum”.” 2.2 Met betrekking tot de gebeurtenissen op 18 november 2017 heeft het hof de volgende feiten en omstandigheden vastgesteld: “Op 18 november 2017, omstreeks 08.45 uur, is een groep demonstranten in drie bussen, een rode, een witte en een groene, en enkele personenauto’s vanuit Amsterdam vertrokken richting Dokkum. Zij waren onderweg naar de demonstratie van KOZP in Dokkum. De bussen reden door de polder over de A6 naar Friesland. (...) Op 18 november 2017, omstreeks 09:45 uur reden de bussen over de A6 op een plek waar pionnen stonden en de linkerbaan was afgesloten. Dit was op een nagenoeg recht weggedeelte van de autosnelweg A6 van Lemmer richting Joure voor het knooppunt Joure. In verband met wegwerkzaamheden gold ter plaatse een snelheidsbeperking tot 70 kilometer per uur. Er was sprake van een min of meer constante stroom van voertuigen. De achterste bus werd ingehaald door een wit bestelbusje dat met hoge snelheid over de vluchtstrook reed. Het bestelbusje sneed de bus af, schoot voor de bus langs en remde hard. Daarop remde de achterste bus ook hard. De bestuurder van de auto was aan het wijzen en zwaaide met zijn vuisten. Kort daarop werd de achterste bus ingehaald door een motorrijder op een zwarte motor. De motorrijder was in het zwart gekleed en droeg een zwarte helm. De motorrijder ging voor de achterste bus rijden en remde heel hard. Daarna ging hetzelfde witte bestelbusje over de vluchtstrook naar de andere bussen. Omstreeks 09:50 uur werd de groene bus in de omgeving van Joure afgesneden door een witte bestelauto die voor de bus kwam rijden. Daardoor moest de groene bus stoppen op de snelweg. De witte bestelauto kwam vanaf de linkerkant voor de bus rijden en sneed de bus. De buschauffeur moest hard op de rem. De groene bus moest abrupt remmen en kwam heel snel tot stilstand. Daardoor klapte één van de passagiers van deze bus naar achteren en kwam hij met de bovenkant van zijn nek tegen de rugleuning van zijn stoel, waardoor hij hoofdpijn kreeg en een hersenschudding opliep. Enkele auto’s reden slingerend rond de bussen. De groene bus werd op de snelweg A6 klem gezet door een aantal voertuigen. Voor de bus stonden een witte bestelauto en een blauwe Seat Ibiza en naast de bus stond nog een auto. Op een gegeven moment reed de blauwe Seat Ibiza, die links voor de bus stond, naar de linker rijbaan om een tweede (rode) bus tot stilstand te brengen. Toen werd in de groene bus geroepen: “Rijden, rijden” en probeerde de chauffeur verder te rijden. Op dat moment reed een motorrijder voor de groene bus en bracht hij zijn motor links voor de bus tot stilstand. De motorrijder wees met zijn rechterhand naar de chauffeur. Kort daarop stuurde de chauffeur van de bus naar rechts. Daarop zette de motorrijder zijn motor recht voor de bus. Kort daarna kon de rode bus, die op de linker rijstrook werd geblokkeerd, verder rijden. De rode bus reed van de linker naar de rechter rijstrook en bleef daar rijden. Op het moment dat de rode bus wegreed, reed de motorrijder achter de rode bus aan. De motorrijder reed met hoge snelheid naar de bus toe. De motorrijder ging naast de rode bus rijden en gebaarde naar de chauffeur om de bus aan de kant te zetten. De bus ging niet van de weg af. Daarop sneed de motorrijder de rode bus af en hij stopte abrupt voor de bus. De buschauffeur moest een noodstop maken om te voorkomen dat de motorrijder werd overreden. Doordat de buschauffeur hard moest remmen, kwam de camera(man) tegen de voorruit van de bus en is die ruit stuk gegaan. De motorrijder was agressief. Op een gegeven moment deed hij zijn helm af en liep hij dreigend langs de bussen. Nadat alle bussen stilstonden, liep de motorrijder naar de achterste bus. Hij liep op een agressieve manier naar de buschauffeur en gaf aan waar zij met de bus moest gaan staan. Er was geen sprake van een volledige versperring van de weg. Het overige verkeer reed de blokkade voorbij via de meest linker (afgesloten) strook. Op een gegeven moment ging de voorste bus langs/door de barricade. Vervolgens reden de bussen de A7 op. Op 18 november 2017, omstreeks 09:53 uur, reed het verkeer op de Rijksweg A7 ter hoogte van Joure langzaam door filevorming en enige tijd later kwam het verkeer geheel tot stilstand. Dit gebeurde op de autosnelweg A7 van Joure richting Heerenveen, kort voorbij het aldaar langs de weg gelegen tankstation en nabij de afrit Oudehaske. Deze locatie bevond zich ongeveer anderhalve kilometer na de wegwerkzaamheden bij het knooppunt Joure. (...) Voorbij het tankstation maakte de weg een flauwe bocht naar links. De bussen reden langs het tankstation. Vanaf het tankstation reden ongeveer vijftien auto’s de weg op. Er reden auto’s links en rechts langs de achterste bus. Enkele inzittenden hadden gebalde en opgeheven vuisten. Meerdere auto’s bleven stilstaan voor de bussen, waardoor de bussen ook moesten stoppen. De bussen stonden achter elkaar en er stonden personenauto’s tussen de bussen in. De personenauto’s stonden zo opgesteld over beide rijstroken en de vluchtstrook van de A7 dat het overige verkeer niet kon passeren. De personenauto’s blokkeerden de snelweg. Het duurde ongeveer 15 minuten, voordat de politie er was. De voertuigen waren verlaten, zodat de ter plaatse gekomen politie de bestuurders niet kon aanspreken. Politieagenten hebben hier en daar mensen aangesproken en hen gevraagd of zij bestuurder waren van de stilstaande auto’s. Alle aangesproken personen wensten de vragen niet te beantwoorden. Er ontstond een file van ongeveer drie kilometer. De drie bussen stonden stil achter de personenauto’s. In deze bussen zaten mensen die een trui of T-shirt droegen met anti-Zwarte Piet-teksten. Diverse mensen stapten uit de auto’s en liepen richting de bussen en de voorzijde van de file. Bij de bus bewogen de mensen met hun armen en handen. Ook sloegen mensen tegen de bus. Er liepen tientallen mensen op de rijbaan. Er kon niemand langs. (...) Op een gegeven moment deed de officier van dienst van de politie een algemene oproep aan de aanwezige personen om zich bij hem te verzamelen en vervolgens sprak hij een groep van 25 tot 30 personen aan. Hij zei tegen hen dat zij hun punt hadden gemaakt, hij verzocht hen in de auto of bus te stappen en de weg weer vrij te maken en hij zei desgevraagd dat zij minimaal 60 kilometer per uur mochten rijden. Vervolgens stapten diverse personen in personenauto’s en reden weg. Kort daarna werden de bussen begeleid door een motorrijder en even later haakten ook enkele busjes van de mobiele eenheid aan. De chauffeur van de achterste bus besloot de rit niet af te maken en terug te gaan. Daarop verlieten de passagiers deze bus en verdeelden zij zich over de twee andere bussen. Om 10.45 uur gingen de voertuigen weer stapvoets rijden. De bussen hebben ongeveer 45 minuten stilgestaan. De bussen gingen weer rijden onder politiebegeleiding. De bussen reden niet naar Dokkum, maar in een andere richting. Bij Harlingen kregen de inzittenden van de bussen te horen dat ze niet naar Dokkum gingen omdat er een demonstratieverbod gold. De bussen werden toen door de politie begeleid naar Amsterdam.” 2.3 De verdachte in deze zaak is door het gerechtshof veroordeeld voor het “medeplegen van in het openbaar, bij geschrift, opruien tot enig strafbaar feit”, het “opzettelijk uitlokken van medeplegen van opzettelijk een openbare landweg versperren terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is”, het “opzettelijk uitlokken van medeplegen van door bedreiging met geweld een geoorloofde openbare vergadering of betoging verhinderen” en het “opzettelijk uitlokken van medeplegen van een ander door bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden”, tot een taakstraf voor de duur van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis. 3Beoordeling van het derde cassatiemiddel 3.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat de verdachte (tezamen en in vereniging met een ander) heeft opgeruid in de zin van artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) tot het plegen van de in de bewezenverklaring onder 1 genoemde feiten. 3.2.1 Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte onder 1 bewezenverklaard dat: “zij in de periode van 15 november 2017 tot en met 18 november 2017, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, in het openbaar mondeling, bij geschrift tot enig strafbaar feit heeft opgeruid, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met een ander, - nadat de Burgemeester van de gemeente Dongeradeel (zakelijk weergegeven) de ‘Stichting […]’ had geoorloofd, gedurende het evenement van de landelijke intocht van Sinterklaas in Dokkum, een (anti-zwarte Piet) betoging, te weten een dynamische demonstratie (demonstratiemars) en een statische demonstratie, te houden (zie map 1, p. 205), personen opzettelijk aangezet tot en/of opgestookt tot A. - het opzettelijk versperren van enige openbare landweg, te weten een snelweg in de provincie Fryslân (strafbaar gesteld in artikel 162 van het Wetboek van Strafrecht) en B. - het door bedreiging met geweld verhinderen van een geoorloofde betoging (strafbaar gesteld in artikel 143 van het Wetboek van Strafrecht) en C. - een ander door bedreiging met geweld, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden (strafbaar gesteld in artikel 284 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht), door tezamen en in vereniging, via de sociaalnetwerksite Facebook een zogenoemde "event" op te starten onder de naam "Project P" en daarin de volgende oproep en tekst te vermelden: “Aankomende zaterdagmorgen komen er bussen met onruststokers uit Amsterdam en Rotterdam naar Dokkum voor een protestmars en anti Zwarte Piet demo langs de route van de Sint" en "We roepen elke oprechte Fries op om zich zaterdagmorgen om 8.30 uur met de Friese vlag te verzamelen op onderstaande locaties bij de Friese grens en bij de centrale as naar Dokkum " en "De organisatie zal het vertrek van de onruststokers (ook live) volgen en updates van routes en tijden op de FB pagina zetten. Wij kunnen dan op tijd massaal met Friese vlaggen de (snel)wegen op en om ze te vertragen/verjagen zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest vieren kunnen in Dokkum" en "Kom met auto, vrachtwagen, motor, trekker en paard en wagen om de onruststokers te laten zien dat dit geouwehoer hier niet welkom is " en "Meld je aan voor dit evenement, tag alle oprechte Friezen en "Grutte Pieren" die je kent en scheur de Friese vlag alvast van de muur!" en "Begeef jullie zaterdag om 8.30 uur naar de verzamelplekken en volg vanaf 7.00 uur de berichten in dit evenement o.a. voor nieuwere instructies over de route" en "LOCATIES Routiers Zurich"en/of "MC Donalds de Lemmer" en/of "Centrale as" en "Mobiliseer je kaats-, voetbal-, haak- en bikerclub. Gooi het in de buurt en familie whatsapp en laat zaterdag iedereen weten: Wij zijn project P - van Grote Pier (Piet) en Zwarte Piet!, (in onderling verband en samenhang bezien met de gehele tekst zoals weergegeven op p. 32 en 33), zulks terwijl meerdere personen gevolg hebben gegeven aan die oproep.” 3.2.2 Met betrekking tot de bewezenverklaring onder 1 heeft het hof het volgende overwogen: “Juridisch kader Met de term opruiing wordt - voor zover hier van belang - bedoeld dat wordt geprobeerd om anderen een feit te laten plegen dat als strafbaar feit kan worden beschouwd. Anders gezegd is opruiing het bij anderen opwekken van de gedachte aan het plegen van een strafbaar feit, het trachten de mening te vestigen dat dit feit wenselijk of noodzakelijk is en het opwekken van het verlangen om dat feit te bewerkstelligen. Het belang van strafbaarstelling van opruiing is blijkens de opname van het artikel in Titel V van het Wetboek van Strafrecht gelegen in de bescherming van de openbare orde. Voor opruiing is niet vereist dat de opruier wist dat hij opriep tot een feit dat strafbaar is. Ook is niet vereist dat degene tot wie de aansporing is gericht wist dat het feit waartoe wordt opgeruid strafbaar is. De opruiing dient in het openbaar plaats te vinden op mondelinge wijze, bij afbeelding of bij geschrift. Het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de teksten zijn weergegeven. Door het plaatsen van uitlatingen op voor het publiek toegankelijke sociale media worden deze in de openbaarheid gebracht. Het strafbare feit waartoe wordt opgeruid, moet rechtstreeks in het geschrift zijn aangeduid, maar daarbij hoeven niet de woorden van de strafwet te zijn gebruikt. Een herkenbare omschrijving van het feit waartoe wordt opgeruid volstaat. Daarbij kan worden gekeken naar de gehele inhoud van het geschrift en de strekking daarvan. Uit de omschrijving van de handelingen in de tenlastelegging moet voldoende blijken dat de handelingen waartoe is opgeroepen, indien zij waren uitgevoerd, een strafbaar feit zouden opleveren. Om tot een bewezenverklaring van opruiing te komen, is niet vereist dat de opruiing enig gevolg heeft gehad. Ook is niet vereist dat komt vast te staan dat redelijkerwijs waarschijnlijk is te achten dat het strafbare feit, waartoe is opgeruid, zal plaatsvinden. In het delict opruiing ligt het opzet van de opruier op het laten plegen van een strafbaar feit besloten. Anders dan bij uitlokking, waarbij de uitlokker opzet moet hebben op zowel het aanzetten van een ander een delict te begaan als op alle bestanddelen van een delict waartoe hij uitlokt, hoeft de opruier niet op elk afzonderlijk bestanddeel van het strafbare feit waartoe hij opruit opzet te hebben. Daarbij is van belang dat bij uitlokking het beschermde belang van de strafbaarstelling afhankelijk is van de aard van het delict waartoe wordt uitgelokt en dat bij opruiing sprake is van een gevaarzettingsdelict waarbij het beschermd belang in alle gevallen – ongeacht het strafbare feit waartoe wordt opgeroepen – is gelegen in de bescherming van de openbare orde. Dat het opzet van de opruier slechts in meer algemene generieke zin moet zijn gericht op het strafbare feit waartoe wordt opgeruid, past voorts in de wetssystematiek en de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad waarin – zoals hierboven reeds geschetst – in de tenlastelegging van opruiing kan worden volstaan met slechts een herkenbare omschrijving van het strafbare feit waartoe wordt opgeruid. Ook degene die met zijn uitlating willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitlating derden zou kunnen bewegen tot het plegen van een strafbaar feit, handelt opzettelijk (in de vorm van voorwaardelijk opzet). Of sprake is van een opruiende uitlating hangt onder meer af van de bewoordingen en de context waarin de uitlating is gedaan, de kennelijke bedoeling van de uitlating, de plaats waar en de gelegenheid waarbij de uitlating is gedaan en de doelgroep tot wie de uitlating kennelijk is gericht. Oordeel hof Zoals uit de vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt, heeft [betrokkene 3] aanvankelijk op Facebook een event aangemaakt genaamd “Kick Out Kick Out Zwarte Piet”, waarin hij heeft opgeroepen langzaam te gaan rijden op de toegangswegen naar Dokkum. Verdachte heeft een filmpje opgenomen en op internet gezet en dit filmpje is toegevoegd aan het event van [betrokkene 3]. Na overleg tussen verdachte en [betrokkene 3] is de naam van het event veranderd in ‘Project P’ en is de tekst geplaatst zoals is ten laste gelegd. Ter zitting van de rechtbank heeft verdachte verklaard dat zij deze tekst als organisator mede naar buiten heeft gebracht. Het filmpje van verdachte had eenzelfde strekking als de tekst van de uiteindelijke oproep. In het filmpje heeft verdachte opgeroepen het event te delen en om gevolg te geven aan de daarin vermelde oproep. Het verwijt dat verdachte onder 1 wordt gemaakt ziet blijkens de tenlastelegging op het opstarten van dat event op Facebook genaamd ‘Project P’ waarin (vertaald vanuit het Fries) “elke oprechte Fries” wordt opgeroepen om zich op een bepaalde dag en tijdstip, op één van de genoemde locaties te verzamelen, om vervolgens “massaal” de (snel)weg op te gaan om “de onruststokers” te vertragen/verjagen, “zodat onze kinderen ongestoord een mooi Sinterklaasfeest kunnen vieren in Dokkum”. (...) Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of verdachte en [betrokkene 3] zich door het plaatsen van die oproep aan opruiing hebben schuldig gemaakt. In de onderhavige zaak staat niet ter discussie dat bewezen kan worden dat de oproep in het openbaar bij geschrift is gedaan. Voorts is van belang dat anderen in deze oproep rechtstreeks worden aangespoord om zich op een aantal specifiek genoemde locaties, op een concreet tijdstip te verzamelen, om daarna massaal de (snel)wegen op te rijden om de bussen te vertragen en/of te verhinderen, of - zoals de raadsman heeft aangegeven - te vertragen en/of verjagen. Het hof neemt - zoals hierboven overwogen - van de raadsman aan dat de oorspronkelijke Friese tekst inhoudende het woord ‘ferjeien’ vertaald had moeten worden met ‘verjagen’. Dit maakt het oordeel van het hof echter niet anders. Ook als wordt uitgegaan van de oorspronkelijke Friese tekst, houdt de oproep hoe dan ook een aanmoediging in om met het gebruik van voertuigen te voorkomen dat de demonstranten in Dokkum aankomen. Dat is de kern van de oproep. Naar het oordeel van het hof heeft de oproep een opruiende strekking. In de oproep wordt onmiskenbaar opgeroepen tot het verhinderen van een (geoorloofde) betoging, zoals is ten laste gelegd onder 1B, maar (meer impliciet) ook tot de onder IA en 1C genoemde strafbare feiten. De oproep om (massaal) met voertuigen de weg op te gaan met het doel te voorkomen dat de demonstranten in Dokkum aankomen, kan immers niet anders worden begrepen dan als een aanmoediging om de demonstranten - hoe dan ook - de weg te versperren en hen aldus te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden. Dat verdachte heeft gesteld ‘slechts’ een langzaamaanactie voor ogen te hebben gehad, maakt het voorgaande niet anders. Hoewel verdachte stelt die bedoeling niet te hebben gehad, moet zij hebben kunnen begrijpen, en heeft zij in elk geval welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard, dat anderen de tekst in de oproep zouden opvatten als een aansporing om voornoemde strafbare feiten te plegen. Verdachte heeft anderen bewust opgeroepen om zich te verzamelen en massaal met voertuigen de weg op te gaan, met het doel om te voorkomen dat een specifieke groep zijn eindbestemming zou bereiken. Zij heeft deze oproep (samen met [betrokkene 3]) op Facebook geplaatst en daarmee de uitvoering van de actie volledig uit handen gegeven. Door op die manier te handelen heeft verdachte de kans dat haar uitlatingen anderen tot strafbaar gedrag zouden bewegen, op de koop toegenomen. De handelingen van verdachte van na die oproep, zoals dat verdachte in de ochtend van 18 november 2017 op Facebook een bericht heeft geplaatst inhoudende “Geen ongelukken veroorzaken! Hou het veilig!”, maakt het voorgaande niet anders. Uit berichten die verdachte in de avond van 17 november 2017 in de groepschat op Facebook heeft geplaatst, kan juist worden afgeleid dat zij volhard heeft in die oproep. Gezien het voorgaande is aan alle voorwaarden voor een bewezenverklaring van opruiing, zoals ten laste gelegd onder feit 1, voldaan.” 3.3.1 Artikel 131 lid 1 Sr luidt: “Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.” 3.3.2 De tenlastelegging is toegesneden op artikel 131 Sr. Daarom moet worden aangenomen dat het in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende begrip ‘opruiing’ is gebruikt in de betekenis die dat begrip heeft in die bepaling. 3.4 Bij de beoordeling of de door een verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en dus ‘opruiend’ zijn in de zin van artikel 131 Sr, komt betekenis toe aan de inhoud en de strekking van de gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien, alsmede de context waarin deze uitingen aan het publiek zijn geopenbaard. 3.5 Het hof heeft bij de beoordeling van het opruiende karakter van het geschrift – het (samen met [betrokkene 3]) op Facebook geplaatste bericht – tot uitgangspunt genomen dat een herkenbare omschrijving van het feit waartoe wordt opgeruid volstaat en dat daarbij kan worden gekeken naar de gehele inhoud van het geschrift, de strekking daarvan en de context waarin de uiting is gedaan. Het hof heeft vervolgens vastgesteld dat in de oproep van de verdachte anderen rechtstreeks worden aangespoord om zich op een aantal specifiek genoemde locaties en op een concreet tijdstip te verzamelen, om vervolgens massaal de (snel)wegen op te rijden om de bussen met demonstranten te vertragen en/of te verjagen en te voorkomen dat zij in Dokkum zouden aankomen. Op grond hiervan heeft het hof geoordeeld dat de oproep een opruiende strekking heeft omdat onmiskenbaar wordt opgeroepen tot het verhinderen van een (geoorloofde) betoging en de oproep niet anders kan worden begrepen dan als een aanmoediging om de demonstranten – hoe dan ook – de weg te versperren en hen zo te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden. Dat oordeel getuigt, gelet op wat onder 3.4 is vooropgesteld, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. 3.6 Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, faalt het. 4Beoordeling van het vierde cassatiemiddel 4.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof wat betreft de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde een onjuiste uitleg heeft gegeven aan de daarin voorkomende, aan artikel 162, aanhef en onder 1°, Sr ontleende term ‘terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten was’, althans dat dit oordeel onbegrijpelijk is. 4.2.1 Ten laste van de verdachte is overeenkomstig de tenlastelegging onder 2 bewezenverklaard dat: “een groot aantal personen op 18 november 2017, op de Rijksweg A7, nabij Oudehaske in de richting van Heerenveen, in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, tezamen en in vereniging met elkaar, opzettelijk enige openbare landweg, te weten de snelweg Rijksweg A7, hebben versperd, immers hebben zij op die Rijksweg A7, - zich als bestuurder en/of inzittende van een motorrijtuig gegroepeerd/verzameld voor en/of achter en/of bij een of meerdere op de Rijksweg A7 rijdende autobussen, met daarin onder meer demonstranten en - als bestuurder van dat motorrijtuig in die groep motorrijtuigen, daarmee rijdende over die Rijksweg A7, nabij Oudehaske, geremd, en vervolgens dat motorrijtuig tot stilstand gebracht of - als inzittende van een motorrijtuig zich in die groep motorrijtuigen doen en/of laten vervoeren/verplaatsen naar de plaats op die Rijksweg A7 nabij Oudehaske alwaar snelheid werd geminderd en vervolgens die groep motorrijtuigen tot stilstand kwam, ten gevolge waarvan bestuurders van die autobussen en/of een of meer andere op die Rijksweg A7 aanwezige bestuurder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.