← Nederland

ECLI:NL:HR:2020:629

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 18/04204 Datum 21 april 2020 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 september 2018, nummer 21/002975-17, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep niet gericht tegen het ontslag van alle rechtsvervolging ter zake van de in de tenlastelegging en bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde onder het eerste gedachtestreepje genoemde geldbedragen en de beslissing tot teruggave van de onroerende zaak [0001] te [plaats] (Oostenrijk) aan de verdachte. Aan deze beperkingen moet echter worden voorbijgegaan. De reden daarvoor is uiteengezet in het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA

  1. Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De plaatsvervangend advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, opdat de zaak in zoverre op het bestaande beroep wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel komt onder meer op tegen de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde voor zover inhoudende dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode de in de bewezenverklaring bedoelde onroerende zaak te Oostenrijk heeft verworven. 2.2 De klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 15 tot en met
  2. 3Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het eerste cassatiemiddel en het tweede cassatiemiddel niet nodig. 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.