HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 20/02880 B Datum 16 november 2021 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 3 september 2019, nummer RK 000391-19, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, hierna: de klaagster. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R. Jonkers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar het hof Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan. 2Beoordeling van de cassatiemiddelen 2.1 De cassatiemiddelen klagen over de afwijzing door het hof van het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming als bedoeld in artikel 33c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) in verbinding met artikel 36b lid 2 Sr. 2.2.1 Volgens het proces-verbaal van de behandeling van het klaagschrift in raadkamer van 23 juli 2019 heeft de advocaat van de klaagster daar het woord gevoerd overeenkomstig de pleitnota die aan het hof is overgelegd. Deze pleitnota houdt onder meer in: “Cliënte stelt dat zij de eigenaar van de Golf is omdat zij hem in januari 2014 via Marktplaats aangeschaft heeft. Zij heeft daar destijds een bedrag van € 8.500 voor betaald. De auto stond ook op haar naam.(voetnoot 7) Zij heeft op zitting verklaard dat de Volkswagen Golf reeds bij haar aanschaf op Marktplaats het (gestolen) navigatiesysteem bevatte, evenals het gestolen interieur. Zij heeft er nooit weet van gehad dat de Golf deze gestolen goederen bevatte, noch dat [betrokkene 1] hier mogelijk bij betrokken is geweest. Wel verklaart zij dat zij de Golf regelmatig aan haar broertje [betrokkene 3] heeft uitgeleend, maar dat de auto dus nooit feitelijk bij [betrokkene 1] in gebruik is geweest, anders dan wat door de advocaat-generaal wordt betoogd. Het tweede punt betreft de vraag in hoeverre er sprake is van enig verwijtbaar handelen aan de zijde van [betrokkene 1] . Het feit dat cliënte familie is van [betrokkene 1] betekent nog niet dat zij op de hoogte was van zijn handelen. De onder mij aanwezige stukken bevatten ook geen aanknopingspunten op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat cliënt bij het handelen van [betrokkene 1] betrokken is geweest of daar weet van heeft gehad. Hetzelfde geldt voor de herkomst van de gestolen onderdelen in haar auto, wat immers voor een leek niet kenbaar is. Kort samengevat is cliënte dus onevenredig in haar belangen geschaad nu de auto die zij voor € 8.500 op Marktplaats heeft aangeschaft, onttrokken is aan het verkeer. Daarmee is een geldelijke tegemoetkoming van in ieder geval het aankoopbedrag op zijn plaats. Voetnoot 7: Zie de tenaamstelling die eveneens bij mijn klaagschrift van 20 oktober 2016 gevoegd is.” 2.2.2 Het hof heeft het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming afgewezen en daartoe het volgende overwogen: “Klaagster heeft haar stellingen niet, althans onvoldoende met stukken onderbouwd. Alleen al om die reden is niet gebleken dat zij door de onttrekking aan het verkeer onevenredig is getroffen. Bovendien stelt klaagster dat zij de auto heeft gekocht op Marktplaats en dat zij niets aan de auto heeft laten veranderen. Uit het dossier blijkt dat het interieur en het navigatiesysteem van de auto gestolen onderdelen betreffen. In dat geval heeft klaagster een auto met gestolen onderdelen gekocht. Zij heeft daarbij een risico genomen dat voor haar rekening komt. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat klaagster door de onttrekking aan het verkeer niet onevenredig is getroffen en ziet het hof geen reden voor een geldelijke tegemoetkoming.” 2.3 Bij de beoordeling van het cassatiemiddel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang: - artikel 36b lid 1, onder 4, en lid 2 Sr: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.