HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 21/00773 Datum 3 december 2021 ARREST in de zaak van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 12 januari 2021, nr. 19/00746, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank (nr. AMS 17/626) betreffende een verzoek van belanghebbende om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. 1Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Veldhuisen, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2Beoordeling van de middelen Het middel slaagt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 21/00771 (ECLI:NL:HR:2021:1707), tussen dezelfde partijen. 3Proceskosten Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam en de Minister voor Rechtsbescherming zullen worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. 4Beslissing De Hoge Raad: - verklaart het beroep in cassatie gegrond, - vernietigt de uitspraak van het Hof maar uitsluitend voor zover deze de wettelijke rente over de proceskostenvergoeding van € 1.068 betreft, - bepaalt dat de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam wettelijke rente over de proceskostenvergoeding van € 534 is verschuldigd vanaf 9 februari 2021 tot de dag van de algehele voldoening daarvan, - bepaalt dat de Minister voor Rechtsbescherming wettelijke rente over de proceskostenvergoeding van € 534 is verschuldigd vanaf 9 februari 2021 tot de dag van de algehele voldoening daarvan, - draagt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 67, - draagt de Minister voor Rechtsbescherming op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 67, - veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 748 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en - veroordeelt de Minister voor Rechtsbescherming in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 748 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2021. ECLI:NL:GHAMS:2021:975.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.