HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 20/02699 Datum 24 december 2021 ARREST In de zaak van
- ECUAFLOR HOLDING B.V.,gevestigd te Oosterbeek,
- [eiser 2],wonende te [woonplaats],
- [eiseres 3],wonende te [woonplaats], EISERESSEN tot cassatie, hierna gezamenlijk: Ecuaflor c.s., advocaat: H.J.W. Alt, tegen
- [verweerster 1] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
- [verweerster 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
- [verweerder 3],wonende te [woonplaats],
- [verweerster 4],wonende te [woonplaats],
- KJC MASTERSHAUSEN B.V.,gevestigd te Oosterbeek,
- KJC SPRINGE-BENNIGSEN B.V.,gevestigd te Oosterbeek,
- KJC INVEST B.V., gevestigd te Oosterbeek,
- KJC COMPANY B.V., gevestigd te Oosterbeek,
- DE HUNNENSCHANS BEHEER B.V., gevestigd te Oosterbeek,
- [verweerder 10], wonende te [woonplaats],
- [verweerster 11], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, hierna gezamenlijk: [verweerders], advocaten: J.W.H. van Wijk en J.W. de Jong.
- Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: de vonnissen in de zaken C/05/252818 / HA ZA 13-709 en C/05/278276 / HA ZA 15-98 / 827 / 150 / 560 van de rechtbank Gelderland van 22 januari 2014, 1 oktober 2014, 17 juni 2015 en 21 oktober 2015; de arresten in de zaken 200.160.016 en 200.183.864 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2016, 9 januari 2018, 27 augustus 2019 en 2 juni
- Ecuaflor c.s. hebben tegen de arresten van het hof van 27 augustus 2019 en 2 juni 2020 beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Ecuaflor c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2Beoordeling van het middel De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Ecuaflor c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Ecuaflor c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, C.H. Sieburgh en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 december 2021.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.