HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 19/01293 Datum 12 februari 2021 ARREST in de zaak van [X] PRIVATSTIFTUNG te [Z] , Oostenrijk (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 januari 2019, nrs. 18/00224 tot en met 18/00226, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 15/6920 tot en met BRE 15/6922) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen inzake dividendbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 1Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 26 juni 2019 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. 2Beoordeling van het middel 2.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 2.1.1 Belanghebbende is een naar Oostenrijks recht opgerichte en in Oostenrijk gevestigde “eigennützige Privatstiftung” met rechtspersoonlijkheid. Zij is in Oostenrijk onderworpen aan een belastingheffing naar de winst. 2.1.2 Belanghebbende is bij akte van 27 juni 2008 opgericht door [B] (hierna: de oprichter) die woonachtig is in Oostenrijk. 2.1.3 Belanghebbende drijft geen onderneming. Tot haar beleggingsvermogen behoort een belang van 0,24 procent in een in Nederland gevestigde besloten vennootschap (hierna: de BV). 2.1.4 Belanghebbende heeft voor de jaren 2011, 2012 en 2014 verzocht om teruggaaf van de dividendbelasting die is ingehouden op door de BV uitgekeerde dividenden. De Inspecteur heeft deze verzoeken afgewezen. 2.1.5 Deze dividenduitkeringen waren in de desbetreffende jaren in Oostenrijk vrijgesteld van belastingheffing zodat er voor belanghebbende geen mogelijkheid was om de dividendbelasting te verrekenen met een winstbelasting. Ook werd in Oostenrijk voor deze dividendbelasting geen andere tegemoetkoming verleend. 2.2.1 Voor het Hof was onder meer in geschil of belanghebbende in aanmerking komt voor teruggaaf van dividendbelasting ter zake van de in 2011, 2012 en 2014 door de BV uitgekeerde dividenden. 2.2.2 Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting omdat niet zij maar de oprichter de uiteindelijk gerechtigde is tot de dividenden. Het heeft daarbij tot uitgangspunt genomen dat indien een derde over het vermogen van belanghebbende kan beschikken als ware het zijn eigen vermogen, dit betekent dat niet belanghebbende maar die derde de uiteindelijk gerechtigde tot dat vermogen is. 2.3 Het middel betwist dat dit uitgangspunt van het Hof juist is. Het stelt in dit verband tevens dat belanghebbende de genieter van de ontvangen dividenden is. 2.4 Bij de beoordeling van het middel stelt de Hoge Raad het volgende voorop. 2.4.1 Artikel 10, lid 1, van de Wet op de dividendbelasting 1965 (tekst voor de jaren 2011 tot en met 2015; hierna: de Wet) bepaalt dat aan een in Nederland gevestigde, niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen rechtspersoon, op zijn verzoek teruggaaf wordt verleend van in een kalenderjaar te zijnen laste ingehouden dividendbelasting. Met de woorden “te zijnen laste ingehouden dividendbelasting” is tot uitdrukking gebracht dat de teruggevraagde dividendbelasting moet zijn geheven van de verzoeker als gerechtigde tot de opbrengst in de zin van artikel 1, lid 1, van de Wet. Daarbij geldt dat geen teruggaaf wordt verleend voor zover de dividendbelasting is ingehouden op opbrengsten met betrekking waartoe de verzoeker niet de uiteindelijk gerechtigde is. De voorgaande bepalingen zijn op grond van het tweede lid van artikel 10 van de Wet van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een lichaam dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.