HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 20/03360 Datum 7 mei 2021 ARREST in de zaak van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen het DAGELIJKS BESTUUR VAN COCENSUS op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 oktober 2020, nrs. 19/01693 en 19/01694, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 18/5315 en HAA 18/5613) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Alkmaar. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 1Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.M.C. Niederer, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het dagelijks bestuur van Cocensus, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. 2Beoordeling van de middelen 2.1.1 In het eerste middel wordt betoogd dat het Hof ten onrechte tweemaal € 128 griffierecht voor het hoger beroep heeft geheven, omdat het hoger beroep was gericht tegen één uitspraak van de Rechtbank. 2.1.2 De Rechtbank heeft uitspraak gedaan in één geschrift. Dat geschrift moet worden aangemerkt als één uitspraak als bedoeld in artikel 8:109 Awb, ook al heeft deze uitspraak betrekking op meer dan één (mogelijk) besluit van de heffingsambtenaar. Belanghebbende heeft dus hoger beroep ingesteld tegen één uitspraak van de Rechtbank, zodat hij slechts eenmaal griffierecht verschuldigd was. Uit door de Hoge Raad bij het Hof ingewonnen informatie blijkt dat de griffier van het Hof voor het hoger beroep niettemin tweemaal griffierecht heeft geheven en dat belanghebbende de geheven bedragen heeft betaald. Het middel slaagt daarom. 2.2 Het tweede middel kan niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 2.3 De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Het griffierecht voor het hoger beroep bedraagt €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.