HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 20/00889 Datum 11 juni 2021 ARREST in de zaak van [X1] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 januari 2020, nrs. 18/00923 tot en met 18/00935, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. 17/2425 tot en met 17/2437), betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikkingen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 1Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door M. van Leeuwen en D.G. Barmentlo, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft ook incidenteel beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Belanghebbende heeft schriftelijk haar zienswijze over het incidentele beroep naar voren gebracht. De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 17 maart 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie van belanghebbende en gegrondverklaring van het beroep in cassatie van de Staatssecretaris.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.