HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 21/04086 Datum 14 oktober 2022 ARREST in de zaak van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 augustus 2021, nr. 20/00735, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 19/4344) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door K.A. Faber, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft binnen de door de Hoge Raad gestelde termijn ook zelf een geschrift ingediend, dat de Hoge Raad aanmerkt als een aanvulling op het beroepschrift in cassatie. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Staatssecretaris heeft afgezien van het indienen van een conclusie van dupliek. De Staatssecretaris heeft vervolgens – nadat hij daartoe in de gelegenheid was gesteld – gereageerd op het door belanghebbende zelf ingediende geschrift. Belanghebbende heeft schriftelijk gereageerd op deze reactie van de Staatssecretaris. Op 13 mei 2022 heeft Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. 2Uitgangspunten in cassatie 2.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 2.1.1 Belanghebbende heeft in 2018 van de gemeente Heerenveen op grond van de Participatiewet een uitkering van € 15.269 ontvangen (hierna: de uitkering). 2.1.2 Belanghebbende heeft in zijn aangifte voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2018 een bedrag van € 1.726,24 als kosten in aftrek gebracht op de uitkering. Daarvan heeft in totaal € 743 betrekking op incassokosten en advocaatkosten vanwege het sluiten van een betalingsregeling met een derde. De overige € 983,24 heeft betrekking op telefoonkosten, reiskosten en kosten voor een ondernemingsplan. De Inspecteur heeft de aftrek van deze kosten geweigerd. 2.2.1 Voor het Hof was in geschil de door belanghebbende gevraagde aftrek van het bedrag van € 1.726,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.