← Nederland

ECLI:NL:HR:2022:149

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 21/03489 H Datum 8 februari 2022 ARREST op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de rechtbank Gelderland van 20 juni 2018, nummer 05/800005-18, ingediend door C.W. Langereis, advocaat te Arnhem, namens [aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, hierna: de aanvrager. 1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De rechtbank heeft de aanvrager veroordeeld voor “mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd”, “mishandeling, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, en eenvoudige belediging, telkens meermalen gepleegd”, en “mishandeling, begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft”, tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en de vrijheidsbeperkende maatregel dat de veroordeelde voor de duur van drie jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen of zoeken met de slachtoffers. 2De aanvraag tot herziening De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3Beoordeling van de aanvraag 3.1 Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 3.2 In de aanvraag wordt gesteld dat

(1)door de politie, hierin ondersteund door het openbaar ministerie, geen grondig onderzoek is gedaan,
(2)sprake is van bewijs dat aangeefster [aangeefster] manipulatief is en niet de waarheid heeft verteld,
(3)er geen aanwijzingen bestaan dat de aanvrager een (fysiek) agressief persoon is, en
(4)een groot gedeelte van de bewijsmiddelen verkeerd is geïnterpreteerd. Het daartoe aangevoerde en de ter ondersteuning bijgevoegde stukken wekken echter niet een ernstig vermoeden als hiervoor onder 3.1 vermeld. 3.3 De aanvraag is, gelet op wat hiervoor is overwogen, kennelijk ongegrond. 4Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.