HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 20/00817 Datum 11 februari 2022 ARREST in de zaak van de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN tegen [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 januari 2020, nr. 18/00317, op het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 16/773) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting, de verrekening met die aanslag van een bedrag aan voorlopige verliesverrekening als bedoeld in artikel 21, lid 3, laatste volzin, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking als bedoeld in artikel 20b, lid 1, van die wet en een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking inzake heffingsrente. 1Geding in cassatie De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld. Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.J. de Lignie en M.D. Bosch, heeft een verweerschrift ingediend. Zij heeft ook incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld. De Staatssecretaris heeft schriftelijk zijn zienswijze over het incidentele beroep naar voren gebracht. De Staatssecretaris heeft in het principale beroep een conclusie van repliek ingediend. Belanghebbende heeft in het principale beroep een conclusie van dupliek ingediend.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.