HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 21/03970 Datum 13 december 2022 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 september 2021, nummer 23-001401-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de vrijspraak van de tenlastegelegde snelheidsovertreding. Daartoe wordt onder meer aangevoerd dat het hof ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 5 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: WAHV). 2.2.1 Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: “hij op of omstreeks 11 mei 2020 te Amsterdam als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Slochterweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 129 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.” 2.2.2 Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 10 september 2021 houdt ten aanzien van het van toepassing zijn van de WAHV het volgende in: “De raadsheer deelt mede dat de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2021, nu hij zich niet kan verenigen met de beslissing tot vrijspraak van de verdachte, omdat de kantonrechter van oordeel was dat de enkele aanduiding dat door de verbalisant niet was staande gehouden ‘vanwege Corona’ onvoldoende zwaarwegend was om af te zien van staandehouding, met verwijzing naar een eerdere uitspraak van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2020:6044). Volgens het openbaar ministerie is de door de kantonrechter aangehaalde uitspraak enkel van toepassing op zogenaamde ‘Mulderfeiten’ en niet zonder meer van toepassing op de onderhavige zaak.” 2.2.3 Het hof heeft de verdachte vrijgesproken en heeft daartoe het volgende overwogen: “Het hof overweegt dat in artikel 5 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) is bepaald - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Deze bepaling moet zo worden begrepen dat als zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig voordoet, de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. Het hof is, evenals de kantonrechter, met de verdachte van oordeel dat de enkele aanduiding dat door de verbalisant niet was staande gehouden vanwege ‘de uitzonderlijke situatie met betrekking tot de Coronamaatregelen’ onvoldoende zwaarwegend is om af te zien van staandehouding. Gelet hierop kan het proces-verbaal overtreding, op 20 augustus 2020 opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], niet bijdragen aan het bewijs van het tenlastegelegde. Derhalve is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.” 2.2.4 Bij de stukken bevinden zich: - een proces-verbaal van overtreding van 20 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.