← Nederland

ECLI:NL:HR:2022:308

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 20/02764 Datum 25 februari 2022 ARREST In de zaak van WINDWARD LEEWARD WATERSPORTS, TOURS & ENTERPRISES N.V., handelende onder de naam ARUBA WATERSPORTS CENTER,gevestigd in Aruba, VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep, hierna: WLW, advocaten: S.F. Sagel en F.J.L. Kaptein, tegen HET LAND ARUBA,zetelende in Aruba, VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep, hierna: het Land, advocaten: J.W.H. van Wijk en P.J. Tanja.

  1. Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: het vonnis in de zaak A.R. AUA201800717 van de gerecht in eerste aanleg van Aruba van 10 april 2019; het vonnis in de zaken AUA201800717 en AUA2019H001016 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 9 juni
  2. WLW heeft tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het Land heeft een verweerschrift tot verwerping tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingediend. WLW heeft in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep een verweerschrift tot referte ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep. De advocaat van WLW heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2Beoordeling van het middel in het principale beroep De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling. 3Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt WLW in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Land begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien WLW deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 februari 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.