← Nederland

ECLI:NL:HR:2022:463

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 20/02884 Datum 25 maart 2022 ARREST In de zaak van GEMEENTE DEN HAAG,zetelende te Den Haag, EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep, hierna: de Gemeente, advocaat: M.W. Scheltema, tegen

  1. BULERS B.V.,gevestigd te Den Haag, VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep, hierna: Bulers, advocaat: R.T. Wiegerink.
  2. BRICORAMA B.V.,gevestigd te Breda, VERWEERSTER in cassatie, hierna: Bricorama, advocaat: J.A.M.A. Sluysmans.
  3. Procesverloop Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar: zijn arrest in de zaak 17/00068 van 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3248; de vonnissen in de zaak C/09/506752 / HA ZA 16-269 van de rechtbank Den Haag van 29 juli 2020 en 2 september
  4. De Gemeente heeft tegen de vonnissen van de rechtbank van 29 juli 2020 en 2 september 2020 beroep in cassatie ingesteld. Bulers heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend en incidenteel cassatieberoep ingesteld. Bricorama heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping van het incidentele cassatieberoep ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door S.J.M. Bouwman. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep. De advocaten van de Gemeente en Bulers hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De Hoge Raad heeft de klachten over de vonnissen van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die vonnissen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep verwerpt het beroep; veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bulers begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van Bricorama begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, in het incidentele beroep verwerpt het beroep; veroordeelt Bulers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Bulers deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 maart 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.