HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 20/02547 Datum 8 april 2022 ARREST In de zaak van
- [eiser 1],wonende te [woonplaats],
- MOBETA B.V.,gevestigd te Amsterdam,
- MODALFA B.V.,gevestigd te Amsterdam,
- LAVIEM B.V.,gevestigd te Amsterdam,
- WIEGLIA BEHEER B.V.,gevestigd te Amsterdam,
- [eiser 6],wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, verweerders in het (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidentele cassatieberoep, hierna gezamenlijk: [eisers], advocaten: R.P.J.L. Tjittes en H. Boom, tegen
- [verweerster 1],wonende te [woonplaats],
- [verweerster 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
- [verweerster 3] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERDERS in cassatie, eisers in het (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidentele cassatieberoep, hierna: [verweersters], advocaat: J.W. de Jong.
- Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: de vonnissen in de zaak C/13/612749 / HA ZA 16-756 van de rechtbank Amsterdam van 19 oktober 2016 en 7 juni 2017; het arrest in de zaak 200.222.912/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 mei
- [eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweersters] hebben (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eisers] mede door G.J. Standhardt. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep en van het incidentele cassatieberoep. De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd. 2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: verwerpt beroep; veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan; in het incidentele beroep: verwerpt beroep; veroordeelt [verweersters] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eisers] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.