HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/00610 H Datum 19 april 2022 ARREST op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2020, nummer 23-002113-19, ingediend door M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, namens [de aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, hierna: de aanvrager. 1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het hof heeft de aanvrager veroordeeld voor valsheid in geschrift tot een gevangenisstraf van twee maanden. 2Eerdere herzieningsaanvraag De aanvrager heeft eerder herziening gevraagd van voormelde veroordeling. Die aanvraag is door de Hoge Raad bij arrest van 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:36 afgewezen. 3De aanvraag tot herziening 3.1 De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3.2 In de aanvraag wordt een beroep gedaan op een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2022 in een strafzaak tegen de verdachte [naam], waarin die [naam] van de hem tenlastegelegde valsheid in geschrift is vrijgesproken. 4Beoordeling van de aanvraag 4.1 Volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan herziening plaatsvinden op grond van de omstandigheid dat bij verschillende arresten of vonnissen die onherroepelijk zijn geworden of bij verstek zijn gewezen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet overeen zijn te brengen. Daarnaast kan volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv herziening plaatsvinden op grond van een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 4.2 Voor zover de aanvraag een beroep doet op de in artikel 457 lid 1, aanhef en onder a, Sv omschreven herzieningsgrond, kan zij niet slagen omdat zich hier niet voordoet het geval dat bij onderscheidene uitspraken bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet zijn overeen te brengen. In het onder 3.2 bedoelde arrest is immers de betreffende verdachte [naam] vrijgesproken. 4.3 De aanvraag kan evenmin slagen voor zover deze tevens ertoe strekt een beroep te doen op de in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv omschreven herzieningsgrond. De - niet nader gemotiveerde - vrijspraak van [naam] betreft niet een gegeven als in die bepaling bedoeld. 4.4 De aanvraag is, gelet op wat hiervoor is overwogen, kennelijk ongegrond. 5Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2022.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.