← Nederland

ECLI:NL:HR:2022:731

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 21/01192 Datum 20 mei 2022 ARREST In de zaak van [verzoekster],wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep, hierna: [verzoekster], advocaat: K. Aantjes, tegen STICHTING FUNDASHON FIANSA POPULAR,gevestigd in Curaçao, VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep, hierna: FFP, advocaat: M.A.J.G. Janssen.

  1. Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: de vonnissen in de zaak AR 67673/2014 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 8 september 2014, 19 januari 2015 en 24 april 2017; de vonnissen in de zaak CUR2014006548 en CUR2017H00210 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 24 juli 2018, 28 januari 2020 en 15 december
  2. [verzoekster] heeft tegen de vonnissen van het hof van 28 januari 2020 en 15 december 2020 beroep in cassatie ingesteld. FFP heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep en van het incidentele cassatieberoep. 2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De Hoge Raad heeft de klachten over de vonnissen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die vonnissen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FFP begroot op € 2.873,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoekster] deze niet binnen in het incidentele beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt FFP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien FFP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 20 mei 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.