← Nederland

ECLI:NL:HR:2022:955

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 19/02754 Datum 28 juni 2022 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 mei 2019, nummer 20-000026-16, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. Namens de verdachte heeft J.C. Reisinger, advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van het derde cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt in de eerste plaats dat het hof het beroep op strafmatiging wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen. In de tweede plaats klaagt het dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 74 tot en met 76 en 78. 2.3 Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. 2.4 Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM in de fase van het hoger beroep en in cassatie is overschreden en dat dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijftien maanden. De Hoge Raad zal zelf de zaak afdoen. 3Beoordeling van de overige cassatiemiddelen De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf; - vermindert deze in die zin dat deze dertien maanden beloopt; - verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.