HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 22/02593 Datum 5 juli 2024 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 juni 2022, nrs. 21/00459, 21/00461, 21/00464, 21/00465, 21/00467 tot en met 21/00470 en 21/00749 tot en met 21/00752, op het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 februari 2021 (nrs. BRE 17/7179, BRE 17/7180, BRE 17/7300, BRE 17/7319, BRE 17/7320, BRE 18/755 tot en met BRE 18/757, BRE 19/2613, BRE 19/2615, BRE 19/2645 en BRE 19/2671) en 14 april 2021 (nrs. BRE 17/3678, BRE 17/3679, BRE 17/6188, BRE 17/6189, BRE 18/4804 en BRE 18/4805) betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2007 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen, de voor de jaren 2008, 2009, 2011 en 2012 aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen, de voor de jaren 2008, 2011 en 2012 aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, de aan belanghebbende over de periode 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007, de periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008, de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 en de periode 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2012 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente. 1Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Nadat belanghebbende binnen de daartoe gestelde termijn de gronden van het beroep in cassatie had ingediend, heeft belanghebbende nog drie geschriften ingediend. Op die drie geschriften slaat de Hoge Raad geen acht. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een conclusie van repliek heeft belanghebbende twee geschriften ingediend. Daarop slaat de Hoge Raad geen acht. 2Beoordeling van de klachten De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2024. ECLI:NL:GHSHE:2022:1823.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.