HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/01681 Datum 3 september 2024 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 april 2022, nummer 21-002827-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1B, 1E en 1F tenlastegelegde en de strafoplegging, derhalve met inbegrip van de vorderingen van de benadeelde partijen [aangeefster 2] en [aangeefster 4] , in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige. De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 1B, 1E en 1F tenlastegelegde oplichtingen, voor zover deze inhoudt dat de verdachte door een samenweefsel van verdichtsels [aangeefster 2] , [aangeefster 4] en [aangeefster 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het aangaan van een schuld. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 tot en met 5 en 7 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.