HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/01779 P Datum 8 oktober 2024 ARREST op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 mei 2022, nummer 21-003427-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, hierna: de betrokkene. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben A.A. Franken, advocaat in Arnhem, en J.L.F. Groenhuijsen, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof heeft gehandeld in strijd met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) en de beginselen van een goede procesorde door uit te gaan van een berekeningswijze waarop de verdediging niet bedacht hoefde te zijn en waarop zij haar verweer niet heeft kunnen richten. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 7 en 10 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.