HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/02383 Datum 15 november 2024 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 2 mei 2023, nr. 22/00515, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 21/688) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2016 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.M. Voskes-Kamp, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. 2Uitgangspunten in cassatie 2.1 Belanghebbende woonde in 2016 in Nederland. Zij heeft tot en met 31 maart 2016 gebruik gemaakt van de 30%-regeling van artikel 31a, lid 2, letter e, van de Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2016). Zij heeft op grond van artikel 2.6 Wet IB 2001 (tekst 2016) de keuze gemaakt om gedurende de periode dat zij gebruik maakt van de 30%-regeling als partieel buitenlandse belastingplichtige te worden aangemerkt. 2.2 In haar aangifte voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) voor het jaar 2016 heeft belanghebbende wat betreft het inkomen uit sparen en beleggen alleen haar in Nederland gelegen onroerende zaken en de aan haar toegerekende bezittingen van haar fiscaal partner in aanmerking genomen. Belanghebbende heeft haar eigen bank- en spaartegoeden niet opgegeven. 2.3 De Inspecteur is bij het vaststellen van de aanslag in de IB/PVV voor het jaar 2016 afgeweken van de aangifte. Hij heeft het inkomen uit bank- en spaartegoeden op jaarbasis forfaitair berekend, uitgaande van de rendementsgrondslag aan het begin van het kalenderjaar, en dat forfaitair bepaalde inkomen op basis van artikel 5.2, lid 3, Wet IB 2001 (tekst 2016) herleid tot inkomen over de periode in het jaar 2016 waarvoor belanghebbende niet langer kon kiezen voor behandeling als partieel buitenlandse belastingplichtige. Met inachtneming hiervan heeft de Inspecteur het inkomen uit de bank- en spaartegoeden van belanghebbende in aanmerking genomen voor de periode april tot en met december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.