HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/02169 Datum 10 december 2024 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 juni 2022, nummer 22-003391-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben F.S. Baardman en M.J. Lamers, beiden advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de betrouwbaarheid van de herkenningen van de verdachte door de opsporingsambtenaren. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.