HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03732 B Datum 26 maart 2024 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 16 augustus 2022, nummer RK 22-012206, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007, hierna: de klager. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank het klaagschrift ten onrechte ongegrond heeft verklaard, nu de rechtbank in het midden heeft gelaten of de (ten tijde van de inbeslagneming 14-jarige) klager als rechthebbende kan worden aangemerkt en, zo ja, of zich de situatie van artikel 94a lid 4 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) voordoet. 2.2 De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van de onder de ouders van de klager inbeslaggenomen voorwerpen ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen: “FeitenUit de kennisgevingen van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 8 oktober 2018 en op 1 november 2021 in het strafvorderlijk onderzoek tegen de belanghebbende [betrokkene 1] en diens partner en tevens de moeder van klager [betrokkene 2] een groot aantal voorwerpen in beslag zijn genomen. (...) Beklag (...) Namens de klager is primair aangevoerd dat klager de rechtmatige eigenaar is van de inbeslaggenomen voorwerpen. Ten bewijze daarvan zijn door de raadsman een aantal foto’s bij het klaagschrift gevoegd waarop te zien is dat klager de voorwerpen ook daadwerkelijk gebruikt. Er is geen strafvorderlijk belang meer dat zich verzet tegen teruggave van de voorwerpen. Subsidiair heeft de klager verzocht om teruggave van de voorwerpen tegen een zekerheidsstelling. (...) Beoordeling Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast. Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, - ook in een zaak betreffende een ander dan de klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen. Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken. De vader van klager is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf en tegen hem is een ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aangekondigd van ruim 12 miljoen euro. Tegen de moeder van klager loopt een strafrechtelijk onderzoek wegens de verdenking van witwassen. Op 8 oktober 2018 en 1 november 2021 zijn in het kader van het strafrechtelijk onderzoek tegen zowel vader als moeder, een groot aantal voorwerpen in beslag genomen, waaronder een viertal mobiele telefoons. Van deze telefoons heeft het Openbaar Ministerie aangegeven dat deze aan de moeder van klager zullen worden teruggegeven. (...) Op de overige voorwerpen ligt inmiddels conservatoir beslag ter zekerheidsstelling van een mogelijk aan de vader van klager op te leggen ontnemingsmaatregel en voor het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel in de strafzaak tegen de moeder van klager. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag. Het beklag zal daarom ongegrond worden verklaard.” 2.3 Voor de beoordeling van het cassatiemiddel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang. - Artikel 94 leden 1 en 2 Sv: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.