HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/00281 Datum 26 maart 2024 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 januari 2022, nummer 22-004665-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.C. Reisinger en M.N. Greeven, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De raadsvrouw M.N. Greeven heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaringen van één getuige, te weten de aangeefster. 2.2 Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.