HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/00275 Datum 2 april 2024 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 januari 2022, nummer 20-001686-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring niet toereikend is gemotiveerd. 2.2 Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “hij op 10 december 2018 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, tezamen en in vereniging met een ander uit een winkelpand aan de [a-straat 1] , diverse kledingstukken toebehorende aan [A] B.V., heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen kleding onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.” 2.3 Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in (de aanvulling op) het arrest van het hof. Verder heeft het hof in zijn arrest een bewijsoverweging opgenomen zoals weergegeven in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.