HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/03421 Datum 23 april 2024 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 september 2022, nummer 22-000780-18, in de strafzaak tegen [verdachte] VOF, gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Volgens de daarvan opgemaakte akte is het beroep wat betreft het onder 1 tenlastegelegde niet gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie ter zake van de overtredingen die impliciet zijn opgenomen in het onder 1 tenlastegelegde. Namens de verdachte heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het de beslissingen betreft ter zake van het onder 1 tenlastegelegde, voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat de tenlastelegging onder 1 een voldoende duidelijke opgave van het feit bevat zoals bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. 2.2 De klacht is ongegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 22/03423, ECLI:NL:HR:2024:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.