HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 21/04669 Datum 9 februari 2024 ARREST in de zaak van [X] B.V. (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 september 2021, nr. 20/00266, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 17/3058) betreffende een aan belanghebbende uitgereikte uitnodiging tot betaling van douanerechten. 1Geding in cassatie Belanghebbende, vertegenwoordigd door R. Andringa, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend. Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een conclusie van repliek heeft belanghebbende een geschrift ingediend. De Hoge Raad slaat op dat stuk geen acht. 2Beoordeling van de middelen 2.1 De bestreden uitspraak van het Hof betreft de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur (tekst 2013 en 2014; hierna: de GN) van – voor zover in cassatie van belang – voertuigen die zijn ontworpen voor het vervoer van één persoon, die worden aangedreven door een elektromotor werkend op twee oplaadbare batterijen van 12 volt, die een maximumsnelheid van 15 kilometer per uur kunnen bereiken, die een niet-geïntegreerde, verstelbare stuurkolom hebben, en die verder de in rechtsoverwegingen 2.1 en – in aanvulling daarop – 5.4 van de uitspraak van het Hof omschreven kenmerken en eigenschappen hebben. Dergelijke voertuigen worden ook wel scootmobielen genoemd. 2.2.1 Voor het Hof was in geschil of de hiervoor in 2.1 bedoelde voertuigen (hierna: de betrokken scootmobielen) moeten worden ingedeeld onder post 8703 van de GN, namelijk als “automobielen en andere motorvoertuigen hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer (andere dan die bedoeld bij post 8702), (…)”, dan wel onder post 8713 van de GN als “invalidenwagens, ook indien met motor of ander voortbewegingsmechanisme”. 2.2.2 Het Hof heeft geoordeeld dat, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 december 2010, Lecson Elektromobile GmbH, C-12/10, ECLI:EU:C:2010:823 (hierna: het arrest Lecson), en het arrest van 26 mei 2016, Invamed Group Ltd e.a., C-198/15, ECLI:EU:C:2016:362 (hierna: het arrest Invamed), de betrokken scootmobielen niet als invalidenwagen in de zin van post 8713 van de GN kunnen worden beschouwd. Om als invalidenwagen te kunnen worden aangemerkt is, aldus het Hof, vereist dat het voertuig specifiek en uitsluitend is bestemd voor personen die getroffen zijn door een meer dan marginale beperking van hun loopvermogen. Aan dat vereiste voldoen volgens het Hof de betrokken scootmobielen niet. Zij beschikken, aldus het Hof niet over speciale voorzieningen om een meer dan marginale beperking van het loopvermogen te verlichten, bijvoorbeeld voet- of beensteunen om de voeten of benen te stabiliseren. Uit de door belanghebbende aangedragen kenmerken en eigenschappen zoals weergegeven in rechtsoverweging 5.4 van zijn uitspraak volgt niet dat de betrokken scootmobielen zijn bestemd om specifiek door invalide personen te worden gebruikt, omdat al die kenmerken en eigenschappen evenzeer van belang zijn bij gebruik van de betrokken scootmobielen door andere personen dan invaliden, aldus het Hof. 2.3 De middelen richten zich tegen de hiervoor in 2.2.2 weergegeven oordelen van het Hof. Zij lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Zij bestrijden onder meer dat voor indeling in post 8713 van de GN is vereist dat de betrokken scootmobielen speciale voorzieningen op het voertuig moeten hebben om de meer dan marginale beperking van het loopvermogen te verlichten. De middelen betogen dat voor indeling in post 8713 van de GN volstaat dat het voertuig zelf de beperkingen van het loopvermogen opheft. Volgens de middelen heeft het Hof miskend dat het Hof van Justitie met hetgeen is geoordeeld in punt 26 van het arrest Invamed is teruggekomen van de in het arrest Lecson omschreven draagwijdte van post 8713 van de GN. Uit punt 26 van het arrest Invamed leiden de middelen juist af dat alle scootmobielen, dus ook de betrokken scootmobielen, moeten worden ingedeeld onder post 8713 van de GN. Volgens de middelen loopt de rechtspraak in lidstaten over de tariefindeling van scootmobielen uiteen en, mede gelet daarop, voeren de middelen aan dat het niet clair of éclairé is dat voertuigen als de betrokken scootmobielen moeten worden ingedeeld onder post 8703 van de GN. De Hoge Raad zou daarom volgens de middelen het oordeel van het Hof niet eerder mogen bevestigen dan nadat hij het Hof van Justitie door middel van het stellen van een of meer prejudiciële vragen daarover heeft geraadpleegd. 2.4.1 Anders dan de middelen betogen, moet uit de punten 21 tot en met 24 van het arrest Invamed worden afgeleid dat het Hof van Justitie – naar niet voor redelijke twijfel vatbaar is – vasthoudt aan de in het arrest Lecson neergelegde criteria om een voertuig aan te merken als invalidenwagen. Daarvoor is dus ook na het arrest Invamed voor indeling onder post 8713 van de GN vereist dat het voertuig is bestemd als hulpmiddel uitsluitend en specifiek voor invaliden, in die zin dat het voertuig is voorzien van speciale uitrusting ter verlichting van handicaps. De middelen doen een beroep op punt 26 van het arrest Invamed. Deze overweging moet worden begrepen in het licht van hetgeen het Hof van Justitie overigens in dat arrest heeft overwogen, in het bijzonder in punt
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.