HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03571 B Datum 1 juli 2025 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 9 juni 2023, nummer RK 22/016133, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak van [belanghebbende] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de belanghebbende. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft de advocaat H.M.A. van den Boogaard bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot afwijzing van het verzoek van de belanghebbende tot toekenning van een geldelijke tegemoetkoming, tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant teneinde de zaak enkel ten aanzien van de beslissing aangaande een geldelijke tegemoetkoming opnieuw te beoordelen en af te doen, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de afwijzing door de rechtbank van het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming als bedoeld in artikel 33c lid 2 in samenhang met artikel 36b lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) in verband met de onttrekking aan het verkeer van een personenauto. 2.2.1 Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 19 augustus 2022 houdt onder meer in: “De verdachte: De auto heb ik in 2019 voor € 17.000,-- via Marktplaats gekocht van [betrokkene 1] . De afschriften van de betaling zitten bij het klaagschrift. Ik heb geen chassisnummer gecontroleerd. Ik heb wel navraag gedaan bij de verkoper en de gebruikelijke papieren ontvangen die bij de auto horen. De auto werd verkocht omdat er sprake was van emigratie naar Engeland. (...) De raadsvrouw: Client is op geen enkele wijze op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in deze zaak. Zij heeft veel pogingen gedaan om aan informatie over haar auto te komen, maar dit is niet gelukt. Zij heeft hiervan een logboek bijgehouden [opmerking griffier: klaagster overhandigt een door haar bijgehouden logboek]. Zij heeft vervolgens bij de RDW gezien dat de auto gesloopt is. Ze heeft niets strafbaars gedaan dus onttrekking aan het verkeer is niet hoogst waarschijnlijk. Volgens de Hoge Raad moet er een verband zijn met een strafbaar feit, wil een voorwerp onttrokken worden aan het verkeer. De auto dient teruggegeven te worden aan cliënt en de vordering tot onttrekking aan het verkeer dient te worden afgewezen. Indien de vordering wordt toegewezen dan dient cliënt gecompenseerd te worden met een bedrag van € 17.000,-- en anders met de helft van dit bedrag.” 2.2.2 Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 9 juni 2023 houdt onder meer in: “Raadsman: Het gaat erom wanneer iemand eigenaar is geworden van een goed. De hoofdregel is dat op het moment dat een verkoper niet bevoegd is maar iemand te goeder trouw is, dat sprake is van een geldige overdracht. Daarvan is hier sprake. (...) Cliënte is dus eigenaresse en rechthebbende van de auto geworden en gebleven. Zij verzoekt een schadevergoeding van € 17.000,00 de aankoopprijs van de auto. U vraagt of dat de waarde is van een auto die omgekat blijkt te zijn. Zij heeft twee jaar in de auto gereden voordat die in beslag werd genomen en was er blij mee. Het Openbaar Ministerie bood de leasemaatschappij in eerste instantie aan de schade te herstellen. Subsidiair verzoekt cliënte € 10.000,00 als schadebedrag toe te wijzen.” 2.2.3 De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van een personenauto toegewezen en het verzoek van de belanghebbende om een geldelijke tegemoetkoming afgewezen en daartoe overwogen: “Uit het dossier is naar het oordeel van de rechter naar voren gekomen dat de onder beslagene [belanghebbende] inbeslaggenomen auto een gestolen auto van [A] B.V. ( [kenteken] ) betreft waarin een vals VIN-nummer (de Hoge Raad begrijpt: voertuigidentificatienummer) is aangebracht. De auto is qua zowel interieur en exterieur grotendeels opgebouwd uit onderdelen van de auto van [aangever] ( [kenteken] ). De auto is dus omgekat. Gelet hierop is de rechter van oordeel dat het inbeslaggenomene vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, aangezien voornoemde van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Nu de officier van justitie heeft aangegeven dat in deze zaak niet zal worden overgegaan tot verdere vervolging van beslagene en aldus geen rechterlijke uitspraak over het beslag zal volgen in een strafzaak, zal de rechter de vordering tot onttrekking aan het verkeer toewijzen. (...) In onderhavige zaak heeft de officier van justitie ter zitting meegedeeld dat het onwaarschijnlijk is dat de Staat voordeel heeft verkregen omdat de auto is vernietigd. Voorts is van belang dat beslagene de betreffende auto via Marktplaats gekocht heeft en na de inbeslagneming geen contact met de verkoper heeft opgenomen teneinde verhaal te halen of navraag te doen naar de herkomst van de auto. Onder deze omstandigheden acht de rechter de beslagene niet onevenredig getroffen en zal zij er niet toe over gaan om aan de Staat op te leggen een compensatie aan beslagene te betalen.” 2.3.1 De volgende bepalingen zijn van belang: - artikel 36b lid 1, aanhef en onder 4, en lid 2 Sr: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.